Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB4205

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2007
Datum publicatie
12-10-2007
Zaaknummer
R07/009HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB4205
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van eerder vastgestelde omgangsregeling tussen vader en zijn minderjarige kinderen; eenhoofdig gezag moeder (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 660
RvdW 2007, 868
NJB 2007, 2084
JWB 2007/334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 oktober 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/009HR

MK/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 18 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat een omgangsregeling tussen hem en de uit het huwelijk tussen partijen geboren minderjarige kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3] (hierna: de kinderen) zal gelden inhoudende dat de kinderen en de vader recht hebben op omgang met elkaar vier keer per jaar gedurende langere periodes.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 13 maart 2006 de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij beschikking van 19 oktober 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder is in cassatie niet verschenen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de vader heeft bij brief van 23 augustus 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.