Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB3682

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2007
Datum publicatie
05-10-2007
Zaaknummer
R07/058HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB3682
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging partner- en kinderalimentatie die bij echtscheidingsconvenant was afgesproken (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 644
RvdW 2007, 840
NJB 2007, 2034
JWB 2007/323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 oktober 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/058HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 15 maart 2005 ter griffie van de rechtbank Assen ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de tussen partijen bij echtscheidingsconvenant van 8 juli 2004 overeengekomen partneralimentatie met ingang van 1 juli 2004, en de kinderalimentatie met ingang van 1 juli, althans 1 november 2004, op nihil te stellen, met kwijtschelding van inmiddels ontstane achterstanden in de betalingen.

De vrouw heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 16 november 2005 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging van de minderjarige kinderen van partijen en in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 15 maart 2005 op nihil gesteld. Voorts heeft de rechtbank hetgeen de man tot op die datum krachtens het echtscheidingsconvenant had dienen te betalen bepaald op hetgeen hij in feite heeft betaald. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De man heeft voorwaardelijk hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 13 december 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beslissende, het echtscheidingsconvenant met ingang van 15 maart 2005 gewijzigd onder bepaling van de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging van de minderjarigen en in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.