Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB3321

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2007
Datum publicatie
05-10-2007
Zaaknummer
R07/123HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB3321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bopz; geweigerde voorlopige machtiging in een geval van alcoholverslaving/afhankelijkheid van alcohol; (andere) psychische stoornis als bedoeld in HR 23 september 2005, nr. R05/076, NJ 2007, 230, maatstaf; onbegrijpelijk oordeel.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 647
RvdW 2007, 834
NJ 2007, 541
NJB 2007, 2025
JWB 2007/319
BJ 2007/44 met annotatie van W. Dijkers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 oktober 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/123HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-GRAVENHAGE,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de officier van justitie en betrokkene.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 21 maart 2007, onder overlegging van een op 19 maart 2007 door de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis Parnassia te 's-Gravenhage en psychiater [betrokkene 1] als de niet bij de behandeling betrokken psychiater ondertekende geneeskundige verklaring, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank heeft het verzoek ter terechtzitting van 27 maart 2007 mondeling behandeld in aanwezigheid van betrokkene en zijn advocaat en de behandelend arts [betrokkene 2]. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de verzochte (voorlopige) machtiging geweigerd.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Betrokkene heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank 's-Gravenhage.

3. Beoordeling van het middel

3.1 De rechtsklacht faalt. De rechtbank heeft bij haar beoordeling van het verzoek van de officier van justitie - terecht - vooropgesteld dat alcoholverslaving, ook indien wordt aangenomen dat dit een psychiatrische ziekte is, niet tot toepassing van de Wet Bopz kan leiden tenzij de verslaving gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst (HR 23 september 2005, nr. R05/076, NJ 2007, 230).

3.2 De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting ervan uitgegaan dat betrokkene lijdt aan het syndroom van Korsakov en de daarmee gepaard gaande oordeels- en kritiekstoornissen en (korte) geheugenproblemen, maar dat niet is gebleken dat dit gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen als hiervoor in 3.1 omschreven. De motiveringsklacht voert onder verwijzing naar gegevens die vermeld zijn in de geneeskundige verklaring, het behandelplan en de voortgangsrapportage aan dat laatstbedoeld oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk is.

3.3 Deze klacht is gegrond. De geneeskundige verklaring vermeldt als symptomen, gedragingen en feiten op grond waarvan geoordeeld wordt dat betrokkene lijdt aan een stoornis van geestesvermogens onder meer (i) dat betrokkene een sterk gestoord kortetermijngeheugen heeft en de hiaten in het geheugen opvult met het herhalen van zinnen en confabulaties, en dat betrokkene gediagnosticeerd is met het syndroom van Korsakov, (ii) dat betrokkene afhankelijk is van zorg omdat hij zichzelf slecht verzorgt en daarbij ook incontinent is, (iii) dat betrokkene veel alcohol drinkt ondanks dat hem herhaaldelijk verteld is dat dit gecontraïndiceerd is in verband met lichamelijke en psychische complicaties en (iv) dat betrokkene slecht eet, omdat hij dit vergeet. Als gedragingen van betrokkene op grond waarvan geoordeeld wordt dat diens stoornis van geestesvermogens een gevaar oplevert voor hemzelf, voor anderen of voor de algemene veiligheid van personen of goederen noemt de geneeskundige verklaring onder meer (v) dat betrokkene onder de blauwe plekken zit omdat hij regelmatig valt vanwege fors alcoholgebruik, (vi) dat betrokkene fors rookt (te zien aan de bruine verkleuring van zijn vingers) en vaak de brandende sigaret uit zijn handen laat vallen. Het gevaar bestaat volgens de geneeskundige verklaring daaruit dat betrokkene zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt door het regelmatig vallen, brandgevaar en verwaarlozing van zowel de lichamelijke als geestelijke gezondheid. Daarnaast vermeldt de geneeskundige verklaring onder meer dat betrokkene nu is opgenomen vanwege lichamelijk letsel (gebroken enkel), dat betrokkene ongeveer twee maanden geleden in comateuze toestand thuis is gevonden, dat er diverse brandplekken op de bank zitten en dat betrokkene ongeveer twee weken geleden een grote blaar op zijn vingers had ten gevolge van verbranding door een sigaret. Zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, is onduidelijk waarom de rechtbank oordeelde dat het syndroom van Korsakov met de daarmee gepaard gaande oordeels- en kritiekstoornissen en (korte) geheugenproblemen waaraan betrokkene lijdt niet gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen als hiervoor bij 3.1 bedoeld.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 27 maart 2007;

verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar die rechtbank.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.