Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB3067

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-10-2007
Datum publicatie
30-11-2010
Zaaknummer
02911/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB3067
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 oktober 2007

Strafkamer

nr. 02911/06

ZK/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 februari 2006, nummer 20/002040-03, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 juni 2003 - voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 6 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A (oud), van de Opiumwet gegeven verbod", 2. "medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A (oud), van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", 4. met betrekking tot de vuurwapens "handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd", met betrekking tot de munitie "handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd", 5A. "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is" en 5B. "opzettelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, meermalen gepleegd", veroordeeld tot elf jaren en acht maanden gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. Tevens verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Nieuwegein, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. Voorts heeft mr. H.H.M. van Dijk, advocaat te 's-Hertogenbosch, namens de verdachte middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Bij de Hoge Raad is voorts door mr. R. Zilver een aanvulling op de schriftuur ingediend die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen, zodat de Hoge Raad op dit geschrift geen acht kan slaan.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch alleen ten aanzien van de strafoplegging, tot strafvermindering en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van mr. Zilver op de conclusie van de

Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 13 februari 2006 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en drie maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 23 oktober 2007.