Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB2959

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-10-2007
Datum publicatie
16-10-2007
Zaaknummer
02343/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB2959
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

CAG over de per 01-03-2007 afgeschafte verzetsprocedure. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 569
JOL 2007, 671
RvdW 2007, 895
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 oktober 2007

Strafkamer

nr. 02343/06

EC/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector Kanton, locatie 's-Gravenhage, van 20 februari 2006, nummer 09/165831-03 in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

De Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage heeft de verdachte bij vonnis van 29 juli 2004 ter zake van "overtreding APV-HAAG82 76A" bij verstek veroordeeld tot een geldboete van vijftig euro, subsidiair een dag hechtenis. Na gedaan verzet heeft de Kantonrechter de verdachte bij voormeld vonnis van 20 februari 2006 wederom ter zake van "overtreding APV-HAAG82 76A" veroordeeld tot een geldboete van vijftig euro, subsidiair een dag hechtenis. Nu dit vonnis bij verstek is gewezen verstaat de Hoge Raad de bestreden beslissing aldus dat het verzet op de voet van art. 402, eerste lid, (oud) Sv vervallen is verklaard.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.J. Huisman, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 oktober 2007.