Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA9367

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-12-2007
Datum publicatie
07-12-2007
Zaaknummer
43517
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA9367
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG

De conclusies hebben betrekking op geschillen over de belastingjaren 2001 en 2003 van een buitenlandse belastingplichtige (nr. 43 258 respectievelijk nr. 43 516) en zijn echtgenote (nr. 43 259 respectievelijk nr. 43 517), hierna enkelvoudig aangeduid als belanghebbende. Belanghebbende, woonachtig in Italië, heeft per 1 januari 2001 nog een verrekenbaar verlies en geniet in 2001 en 2003 uitsluitend Box 3-inkomen in Nederland. Dit verlies is ingevolge onderdeel W Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 slechts verrekenbaar met Box 1-inkomen. Belanghebbende kan zijn verlies niet verrekenen met zijn Box 3-inkomen, waartegen hij opkomt met een beroep op diverse verdragen. De feitenrechters hebben belanghebbende in het ongelijk gesteld.

In een bijlage bij zijn conclusies gaat A-G Overgaauw in op de achtergrond van onderdeel W, waarbij de A-G constateert dat erkend en uitdrukkelijk is aanvaard door de wetgever dat de beperking van de verrekening van IB1964-verliezen tot Box 1-inkomen tot gevolg kan hebben dat in individuele situaties de verliezen niet meer verrekenbaar zijn. Daarna gaat de A-G in op de mogelijke strijdigheid met het EG-recht of met het EHRM. In verband met het EG-recht merkt de A-G in zijn algemeenheid op dat het effect van het mogelijk niet meer kunnen verrekenen van in de 'vertrekstaat' opgebouwde verliezen via carry forward, op zich een nadeel kan zijn dat burgers er kan van weerhouden om te emigreren (/om hun inkomensgenererende activiteiten te verplaatsen) naar een andere EU-lidstaat. Dit nadeel is evenwel niet aan te merken als een door de vertrekstaat opgeworpen verboden belemmering van het vrije verkeer binnen de EU, nu het nadeel inherent is aan de uitgangspunten van internationaal belastingrecht en het nadeel ontstaat doordat de lidstaten soeverein zijn op het gebied van directe belastingen waardoor er verschillende naast elkaar bestaande, ter zake niet geünificeerde, belastingstelsels zijn. Verder maakt onderdeel W geen (in)direct onderscheid naar nationaliteit. Met betrekking tot artikel 1, 1e Protocol EVRM is de A-G van mening dat van schending van deze bepaling geen sprake is, nu niet gezegd kan worden dat de bij de invoering van onderdeel W gemaakte afweging 'devoid of reasonable foundation' is. De wetgever is aldus binnen de hem toekomende 'wide margin of appreciation' gebleven.

In zijn conclusies verwerpt A-G Overgaauw daarom het beroep van belanghebbende op het EG-recht en het EVRM. Het beroep op het belastingverdrag met Italië slaagt evenmin, nu het verdrag geen bepaling bevat die de verdragsluitende staten ter zake enige verplichting oplegt en het non-discriminatieartikel in casu niet wordt geschonden.

Conclusie: ongegrondverklaring van de cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.