Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA8513

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-10-2007
Datum publicatie
02-10-2007
Zaaknummer
03390/06 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA8513
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Aanvrager is veroordeeld voor onverzekerd rijden. I.c. kan het schrijven van X Assurantiën, kortgezegd inhoudend dat aanvrager zijn auto telefonisch bij X heeft aangemeld om verzekerd te worden maar dat er aan de kant van X iets fout is gegaan, niet het ernstig vermoeden wekken dat de Ktr. - ware deze daarmee bekend geweest - aanvrager zou hebben vrijgesproken dan wel zou hebben ontslagen van rechtsvervolging op de grond dat aanvrager er in redelijkheid op mocht vertrouwen dat de verzekeringsmaatschappij de door hem aangevraagde dekking had verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 547
JOL 2007, 626
RvdW 2007, 856
NJB 2007, 2090
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 oktober 2007

Strafkamer

nr. 03390/06 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Utrecht, sector kanton Amersfoort, van 27 mei 2004, nummer 16/402340-03, ingediend door mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, domicilie kiezende te 's-Gravenhage.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", veroordeeld tot hechtenis voor de duur van twee weken, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage tot herziening berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt - zakelijk weergegeven - dat de verzekeringstussenpersoon van de aanvrager heeft verzuimd aan de verzekeringsmaatschappij te melden dat de aanvrager de personenauto met het kenteken [AA-BB-00] ter verzekering had aangeboden.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de aanvrage gegrond zal worden verklaard, voor zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 27 mei 2004 gewezen vonnis zal worden bevolen, en de zaak naar het bevoegde Gerechtshof zal worden verwezen teneinde op de voet van art. 467 Sv opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

4.2. Ten laste van de aanvrager is bewezenverklaard dat hij op 21 januari 2003 als degene aan wie voor een motorrijtuig (personenauto) het kenteken [AA-BB-00] was opgegeven, en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden.

4.3. Bij de aanvrage is onder meer overgelegd een getypt schrijven van "[bedrijf A]" van 25 juni 2004 aan de aanvrager, inhoudende, voor zover hier van belang:

"Onderwerp: Verzekeringsdekking Mercedes 350 TD

Kenteken [AA-BB-00]

Geachte [aanvrager],

Middels deze brief wil ik bevestigen dat de auto met bovengenoemd kenteken telefonisch bij mij is aangemeld om verzekerd te worden per 4 Januari 2004 (hetgeen handmatig is gewijzigd in 2003). Dat er iets fout is gegaan betreur ik zeer. Het feit dat U een heel wagenpark bij mijn kantoor verzekerde en er regelmatig auto's afgemeld werden en weer bij kwamen en in al die jaren er nooit iets fout is gegaan zegt iets over U als persoon dat U nooit een auto onverzekerd heeft laten rond rijden. Ik neem dan ook alle schuld op mij, nogmaals ik betreur het zeer dat U hierdoor problemen met Justitie heeft."

4.4. Dit schrijven houdt onvoldoende in om het hiervoor onder 4.1 bedoelde ernstig vermoeden te kunnen wekken. In het bijzonder kan het niet het ernstig vermoeden wekken dat de Kantonrechter - ware deze daarmee bekend geweest - de aanvrager zou hebben vrijgesproken dan wel zou hebben ontslagen van rechtsvervolging op de grond dat de aanvrager er in redelijkheid op mocht vertrouwen dat de verzekeringsmaatschappij de door hem aangevraagde dekking met ingang van 4 januari 2003 had verleend.

4.5. Hieruit volgt dat de door de aanvrager gestelde omstandigheid niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen.

5. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 oktober 2007.