Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA8044

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2007
Datum publicatie
29-06-2007
Zaaknummer
38908 bis
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2002:AN9946, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlegging post 8704 10 GN: dumpers (primair) ontworpen voor gebruik buiten de verharde, openbare weg. Na HvJ EG 11 januari 2007, C-400/05.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2007/257
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 38.908

29 juni 2007

gewezen op het beroep in cassatie van B.A.S. Trucks B.V. te Veghel (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 oktober 2002, nr. 99/90085 DK, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij na te melden arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gestelde vraag.

1. Ontstaan en loop van het geding

Voor een overzicht van het ontstaan en de loop van het geding tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 11 november 2005, nr. 38908, BNB 2006/36, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vraag.

Bij arrest van 11 januari 2007, C-400/05, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vraag, voor recht verklaard:

"Postonderverdeling 8704 10 van de gecombineerde nomenclatuur, opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2261/98 van de Commissie van 26 oktober 1998, moet aldus worden uitgelegd dat die postonderverdeling ziet op dumpers in de zin van de genoemde onderverdeling die speciaal en primair zijn ontworpen voor gebruik buiten de verharde, openbare weg. Dat dumpers kenmerken hebben waardoor zij, bijkomend, over de verharde, openbare weg kunnen rijden, staat niet in de weg aan de indeling ervan als dumpers in die zin van die postonderverdeling."

Zowel belanghebbende als de Minister van Financiën heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.

2. Nadere beoordeling van de middelen

Gelet op de hiervoor onder 1 vermelde verklaring voor recht heeft het Hof ten onrechte geoordeeld dat voor indeling in postonderverdeling 8704 10 alleen die vrachtwagens in aanmerking komen die zijn ontworpen met het oog op uitsluitend gebruik in het terrein. Middel 1 is derhalve gegrond. 's Hofs uitspraak kan mitsdien niet in stand blijven.

Verwijzing moet volgen voor onderzoek van de vraag of de onderwerpelijke voertuigen speciaal en primair zijn ontworpen voor gebruik buiten de verharde, openbare weg. De middelen 2 en 3 behoeven geen behandeling.

3. Proceskosten

De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 165, en

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2576 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, P. Lourens, C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2007.