Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA7189

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-06-2007
Datum publicatie
15-06-2007
Zaaknummer
37646
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA7189
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Levering van ziekenhuisapparatuur: niet belanghebbende maar ziekenhuis is afnemer van geleverde apparatuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2007/250 met annotatie van B.G. van Zadelhoff
V-N 2007/31.24 met annotatie van Redactie
FutD 2007-1105 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 37.646

15 juni 2007

whk

gewezen op het beroep in cassatie van X5 B.V. te Z (hierna: belanghebbende)tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 juli 2001, nr. P00/00213, betreffende na te melden beschikkingen inzake omzetbelasting.

1. Beschikkingen, bezwaar en geding voor het Hof

Belanghebbendes verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting over de tijdvakken januari 1998 tot en met maart 1998, april 1998 tot en met juni 1998, augustus 1998, september 1998, oktober 1998 en november 1998 tot bedragen van onderscheidenlijk ƒ 238.540, ƒ 202.800, ƒ 9457, ƒ 9800, ƒ 9319 en ƒ 3491 zijn door de Inspecteur bij beschikkingen van 18 december 1998 en 26 februari 1999 afgewezen, welke beschikkingen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

Belanghebbende heeft bij één beroepschrift tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. M. Mees, advocaat te Amsterdam.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 11 december 2002 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 21 februari 2006, BUPA Hospitals Ltd, C-419/02, BNB 2006/172, en Halifax plc, C-255/02, BNB 2006/170.

3. Beoordeling van de middelen

Voor zover middel 1 zich richt tegen 's Hofs oordeel dat belanghebbende geen afnemer is van de bij het ziekenhuis afgeleverde zaken, kan het niet tot cassatie leiden, aangezien dit oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk.

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden, aangezien het oordeel van het Hof dat belanghebbende geen afnemer is van de geleverde zaken 's Hofs beslissing reeds zelfstandig draagt.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2007.