Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA6777

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-09-2007
Datum publicatie
14-09-2007
Zaaknummer
C06/136HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA6777
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsgeschil tussen vennootschap en statutair directeur na zijn ontslag wegens disfunctioneren over loondoorbetaling (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2007-09-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2007/249
JOL 2007, 579
RvdW 2007, 772
JAR 2007, 249
NJB 2007, 1852
JWB 2007/298

Uitspraak

14 september 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/136HR

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen,

t e g e n

VENTUS MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Ventus.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 25 februari 2003, hersteld bij exploot van 11 maart 2003, Ventus gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden, sector kanton. [Eiser] heeft gevorderd, kort gezegd, Ventus te veroordelen aan hem te betalen de wettelijke verhoging over de maanden september, oktober en november 2002, ad € 10.840,72.

Ventus heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, (i) voor recht te verklaren dat [eiser] in strijd handelt met de arbeidsovereenkomst door de lease-auto niet terug te geven, (ii) [eiser] te veroordelen tot vergoeding van de schade die Ventus hierdoor heeft geleden over de periode vanaf 2 augustus 2002 tot 1 juli 2003, (iii) te bepalen dat [eiser] gehouden is tot vergoeding van de schade die Ventus hierdoor lijdt na 1 juli 2003, op te maken bij staat en (iv) [eiser] te veroordelen tot afgifte van de lease-auto.

De kantonrechter heeft zich bij vonnis van 20 november 2003 onbevoegd verklaard van de vorderingen kennis te nemen en de procedure verwezen naar de sector civiel van de rechtbank Leeuwarden. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 april 2004 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Ventus als bedoeld in rov. 8.3 van haar tussenvonnis. Na aktewisseling zijdens partijen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 30 juni 2004 in conventie Ventus veroordeeld aan [eiser] een bedrag van € 5.420,36 te voldoen en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank:

- voor recht verklaard dat [eiser] vanaf 2 augustus 2002 in strijd met art. 4.3 van de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst heeft gehandeld door op het schriftelijke verzoek van Ventus van 30 juli 2002 niet over te gaan tot onmiddellijke afgifte van de lease-auto aan Ventus;

- [eiser] veroordeeld om aan Ventus een bedrag van € 12.555,26 te voldoen, te vermeerderen met rente;

- bepaald dat [eiser] gehouden is tot vergoeding van de schade die Ventus lijdt na 1 juli 2003, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat;

- het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen de vonnissen van 14 april en 30 juni 2004 heeft Ventus hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden en haar vordering gewijzigd. [eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 4 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 14 april 2004 - onder verbetering van gronden - bekrachtigd, het vonnis van 30 juni 2004 voor zover in conventie gewezen vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] afgewezen. Het hof heeft het vonnis van 30 juni 2004 voor wat betreft de daarbij in reconventie gegeven verklaring voor recht bekrachtigd, doch dat vonnis voor het overige, voor zover in reconventie gewezen, vernietigd. In zoverre opnieuw rechtdoende, heeft het hof [eiser] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 35.263,58, vermeerderd met de wettelijke rente.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Ventus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ventus begroot op € 1.131,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 september 2007.