Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA6569

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-10-2007
Datum publicatie
02-11-2007
Zaaknummer
02797/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA6569
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2006:AV3536, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor moord op zijn echtgenoot – een sciencefictionschrijver met pseudoniem Paul Harland - met wie hij een ‘meester-slaaf-verhouding’ had. Het stoffelijk overschot van het slachtoffer is – met een plastic zak vastgebonden om zijn hoofd - gevonden in de woning van het verdachte en het s.o. terwijl in het bloed van het s.o. een aanzienlijke concentratie van een slaapmiddel is aangetroffen. Voorts zijn aangetroffen een afscheidsbrief van het s.o. gericht aan verdachte en 2 e-mailberichten gericht aan het s.o. en aan diens werkgever en inhoudend dat het s.o. met HIV is besmet. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte het s.o. van het leven heeft beroofd en heeft willen doen voorkomen dat het s.o. zelfmoord heeft gepleegd. Conclusie AG: alle 9 middelen, o.m. inhoudend bewijsklachten, klachten tav de verwerping van verweren en een beroep op HR LJN AF7985 (rechter die zich op niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens beroept, dient met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging die feiten en omstandigheden aan te duiden en het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die f&o zijn ontleend) falen en kunnen worden afgedaan met 81RO. HR: 81RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 oktober 2007

Strafkamer

nr. 02797/06

RR/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 maart 2006, nummer 21/005649-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Oosterhoek" te Grave.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 28 september 2004 - de verdachte ter zake van "moord" veroordeeld tot twaalf jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 7 maart 2006 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en acht maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 30 oktober 2007.