Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA6558

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-09-2007
Datum publicatie
11-09-2007
Zaaknummer
02693/06 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA6558
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 552a Sv. Onder klager zijn een luchtdrukgeweer en munitie in beslag genomen. Het daartegen gerichte beklag is ongegrond verklaard. Blijkens de bestreden beschikking heeft Rb bij haar beslissing tot uitgangspunt genomen dat het hier gaat om een wapen van categorie III. Dat oordeel behoeft nadere motivering, in aanmerking genomen dat de Rb het wapen heeft aangeduid als luchtdrukwapen en een zodanig wapen wordt genoemd onder categorie IV en niet (ook) onder categorie III.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2007, 784
JOL 2007, 563
NJB 2007, 1919

Uitspraak

11 september 2007

Strafkamer

nr. 02693/06 B

ABG/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 5 september 2006, nummer 06/454, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenstaande beschikking omschreven voorwerpen.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. H.H.M. van Dijk, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt erover dat de Rechtbank op onbegrijpelijke gronden het beklag van de klager ongegrond heeft verklaard, nu uit het dossier niet volgt dat het inbeslaggenomen luchtdrukwapen een wapen van categorie III van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM) is.

3.2. De bestreden beschikking houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:

"De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de luchtbuks en de munitie nu een taak-accenthouder heeft vastgesteld dat dit een wapen en munitie is van cat III van de Wet wapens en munitie.

(...)

De raadsman heeft gesteld dat een luchtdrukgeweer een wapen is wat valt onder cat IV van de Wet wapens en munitie en dat je zo'n wapen voorhanden mag hebben maar niet mag dragen.

De rechtbank overweegt als volgt.

(...)

Uit de stukken komt naar voren dat ten tijde van de inbeslagneming het luchtdrukgeweer en de munitie vatbaar waren voor inbeslagneming. De inbeslagneming heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering.

In het ambtsedig proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] is vermeld dat het betreffende luchtdrukgeweer een wapen is vallende onder categorie III van de Wet wapens en munitie. De officier van justitie heeft ter terechtzitting verklaard dat dit is vastgesteld door de taak accenthouder vuurwapens. De rechtbank neemt bij haar beslissing dit proces-verbaal als uitgangspunt.

Naar het oordeel van de rechtbank doet zich derhalve het geval voor dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is, dat de strafrechter - later oordelend - het luchtdrukgeweer en de munitie zal onttrekken aan het verkeer, zodat het beklag ongegrond dient te worden verklaard."

3.3. Van belang zijn hier de volgende bepalingen.

Art. 2 WWM, luidende:

"1. Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

(...)

Categorie III

1°. vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen voor zover zij niet vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°;

2°. toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten;

3°. werpmessen;

4°. Alarm- en startpistolen en -revolvers, met uitzondering van alarm- en startpistolen die:

a. geen loop of een kennelijk verkorte, geheel gevulde loop hebben;

b. zodanig zijn ingericht dat zij uitsluitend knalpatronen van een kaliber niet groter dan 6 mm kunnen bevatten; en

c. waarvan de ligplaats van de patronen en de gasuitlaat loodrecht staan op de loop of op de lengterichting van het wapen.

Categorie IV

(...)

4°. Lucht-, gas- en veerdrukwapens, behoudens zulke door Onze Minister overeenkomstig categorie I, sub 7°, aangewezen die zodanig gelijken op een vuurwapen dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn;

(...)"

Art. 26, eerste lid, WWM, luidende:

"Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben."

Art. 27, eerste lid, WWM, luidende:

"Het is verboden een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen."

3.4. Blijkens de bestreden beschikking heeft de Rechtbank bij haar beslissing tot uitgangspunt genomen dat het hier gaat om een wapen van categorie III. Dat oordeel behoeft nadere motivering, in aanmerking genomen dat de Rechtbank het wapen heeft aangeduid als luchtdrukwapen, en een zodanig wapen - zoals ook bij de behandeling van het klaagschrift namens de klager is aangevoerd - wordt genoemd onder categorie IV en niet (ook) onder categorie III.

3.5. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2007.