Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA6238

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-09-2007
Datum publicatie
21-09-2007
Zaaknummer
C06/152HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA6238
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Geschil over de vraag of een veilingkoper van onroerend goed zijn beroep op dwaling in hoger beroep heeft doen steunen op de door verkoper geschonden spreekplicht of mede op door hem gedane mededelingen (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2007-09-21
Wet op de Ruimtelijke Ordening 21, geldigheid: 2007-09-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 594
RvdW 2007, 795
NJB 2007, 1916
JWB 2007/308

Uitspraak

21 september 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/152HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Teuben,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 13 juli 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd,

1. [Eiser] te veroordelen tot nakoming van de verplichting tot afname van de kavel zoals bedoeld in de inleidende dagvaarding, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

2. [Eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 10.000,-- ter zake van contractuele boete;

3. [Eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag dat gelijk is aan de wettelijke rente over het bedrag van € 90.000,-- te berekenen over de periode vanaf 1 april 2004 tot de datum waarop het notariële transport van de kavel heeft plaatsgevonden, ter zake van schadevergoeding;

met rente en kosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de overeenkomst van 23 augustus 2003 tussen partijen tot stand gekomen als gevolg van de door [eiser] uitgebrachte buitengerechtelijke verklaring is vernietigd, alsmede [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] schade te vergoeden, op te maken bij staat, met kosten.

De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 29 september 2004, bij eindvonnis van 19 januari 2005 in conventie de vorderingen grotendeels toegewezen en in reconventie de vordering afgewezen.

Tegen deze vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 22 februari 2006 heeft het hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het tussenvonnis en het eindvonnis bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerder] mede door mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 14 juni 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.