Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA5960

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-09-2007
Datum publicatie
14-09-2007
Zaaknummer
C06/125HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA5960
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Geschil over de betaling van een contractuele boete en schadevergoeding wegens niet-naleving van een beding houdende voorkeursrecht van koop (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2007-09-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 578
RvdW 2007, 771
NJB 2007, 1851
JWB 2007/288

Uitspraak

14 september 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/125HR

MK/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 5 juli 2002, voorzover in cassatie van belang, [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 22.689,01 aan contractuele boete en een bedrag van € 172.436,49 aan door [verweerder] geleden schade, met rente en kosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 12 mei 2004 de vorderingen afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 27 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, voorzover in cassatie van belang, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen het bedrag van € 22.689,01 ter zake van de contractuele boete, met rente, en iedere verdere beslissing aangehouden.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 751,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 september 2007.