Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA5840

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-09-2007
Datum publicatie
05-09-2007
Zaaknummer
02017/06 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA5840
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag. De bestreden beschikking berust op een ondeugdelijke grond. Hoewel de Rb – naar luid van het pv van de behandeling in raadkamer – beschikte over het door de politie opgemaakte pv en aankondigde op basis daarvan het klaagschrift te zullen beoordelen, heeft zij zulks blijkens de bestreden beschikking nagelaten omdat “het raadkamerdossier geen andere inhoudelijke stukken bevat dan het bezwaarschrift van de klager”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 493
JOL 2007, 544
RvdW 2007, 778
JOW 2008, 56

Uitspraak

4 september 2007

Strafkamer

nr. 02017/06 B

DV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 24 maart 2006, parketnummer RK 05/1356, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De rechter heeft het beklag ten dele ongegrond, ten dele gegrond verklaard en aan de bewaarder last gegeven tot teruggave aan [klager] van onder hem inbeslaggenomen goederen als in de beschikking vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie die bij schriftuur een middel van cassatie heeft voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel behelst primair de klacht dat de motivering van de bestreden beschikking onbegrijpelijk is, omdat de Rechtbank, anders dan in de beschikking wordt overwogen, blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer wel beschikte over inhoudelijke stukken, te weten het proces-verbaal van politie en de beslaglijst.

3.2. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 10 maart 2006 houdt, voor zover van belang, het volgende in:

"De rechter deelt mee niet over het dossier van deze zaak te beschikken en vraagt daarover een toelichting aan de officier van justitie.

De officier van justitie

Vast staat dat dit bezwaarschrift door het openbaar ministerie niet met de vereiste zorg is behandeld. Hedenochtend heb ik pas het dossier in deze zaak ontvangen van de zaaksofficier. (...)

Ik overleg nu aan de rechtbank het proces-verbaal in deze zaak, met de daarbij behorende beslaglijst.

(...)

De raadsman

(...)

Ik ga akkoord dat de rechtbank op het bezwaarschrift beslist op basis van alleen de beslaglijst, waarover de OvJ thans beschikt.

(...)

Rechter deelt mee dat zij op basis van het door de politie opgemaakte proces-verbaal zal bekijken en beoordelen wat wel en wat niet rechtmatig in beslag is genomen. Wat als niet rechtmatig wordt geoordeeld, gaat terug naar beslagene.

De officier van justitie, de klager en zijn raadsman gaan hiermee akkoord.

(...)"

3.3. De bestreden beschikking houdt, voor zover hier van belang, in:

"Deze beschikking betreft een op 27 december 2005 (...) ingediend klaagschrift (...).

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het op 20 oktober 2005 door de politie te Boxmeer gelegde beslag op de handelsvoorraad van de aan klager toebehorende growshop (...) en de teruggave daarvan aan klager.

Op 10 maart 2006 is het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. Door klager is gepersisteerd bij het klaagschrift. De officier van justitie heeft zich verzet tegen de inwilliging van het klaagschrift in verband met zijn voornemen te zijner tijd ter terechtzitting van de strafrechter de verbeurdverklaring van voornoemde goederen te vorderen. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

De beoordeling

(...)

De rechtbank constateert dat het raadkamerdossier geen andere inhoudelijke stukken bevat dan het bezwaarschrift van klager, dit terwijl de behandeling in raadkamer van onderhavig klaagschrift reeds tweemaal is uitgesteld teneinde het openbaar ministerie in staat te stellen het dossier te completeren met de beslagstukken. Gevolg hiervan is dat de rechtbank niet kan toetsen of sprake is van een wetmatig beslag en evenmin of het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag.

De rechtbank is van oordeel dat het verzuim van het openbaar ministerie moet worden uitgelegd in het voordeel van klager. Om die reden dient bij afweging van het belang van strafvordering en het belang van klager bij teruggave, het belang van klager zwaarder te wegen, behoudens voor zover sprake is van goederen waarvan het ongecontroleerde bezit strijdig is met de wet. Voor wat betreft de onder klager inbeslaggenomen 98 hennepplanten (stekjes), zal het bezwaar ongegrond worden verklaard, nu niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, deze goederen zal onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank zal het beklag voor het overige gegrond verklaren en de teruggave van na te noemen goederen aan klager bevelen."

3.4. Hoewel de Rechtbank - naar luid van het proces-ver-baal van de behandeling in raadkamer - beschikte over het door de politie opgemaakte proces-verbaal en aankondigde op basis daarvan het klaagschrift te zullen beoordelen, heeft zij zulks blijkens de bestreden beschikking nagelaten omdat "het raadkamerdossier geen andere inhoudelijke stukken bevat dan het bezwaarschrift van de klager". De bestreden beschikking berust dus op een ondeugdelijke grond, zodat de primaire klacht doel treft.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2007.