Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA4953

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2007
Datum publicatie
28-06-2007
Zaaknummer
01601/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA4953
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De opvatting dat de vaststelling van feiten die ten grondslag worden gelegd aan de verwerping van een verweer dat bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen, moet berusten op de in de uitspraak vermelde inhoud van wettige bewijsmiddelen, is niet juist (HR NJ 1982, 533).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 466
RvdW 2007, 677
NJB 2007, 1601
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2007

Strafkamer

nr. 01601/06

DV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 oktober 2005, nummer 20/000015-04, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Roermond van 27 juni 2003 - de verdachte ter zake van "opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel klaagt onder meer over 's Hofs overwegingen inzake de verwerping van het verweer dat de door de verdachte afgelegde verklaringen onder druk zijn afgelegd, en klaagt in het bijzonder over de verwijzing in die overwegingen naar "wat de verdachte zelf bij andere gelegenheden in een ander kader heeft verklaard".

3.2. De in het middel bedoelde overwegingen luiden als in de toelichting op het middel onder 1 weergegeven.

3.3. De klacht berust op de opvatting dat de vaststelling van feiten die ten grondslag worden gelegd aan de verwerping van een verweer dat bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen, moet berusten op de in de uitspraak vermelde inhoud van wettige bewijsmiddelen. Die opvatting is niet juist (HR 8 december 1981, NJ 1982, 533). De klacht faalt dus.

4. Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 juni 2007.