Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA4941

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-07-2007
Datum publicatie
05-07-2007
Zaaknummer
01426/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA4941
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De HR vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin niet art. 303 Sr als wettelijke voorschrift waarop de oplegging van de straf berust is vermeld, en doet ingevolge art. 441 Sv wat het Hof had behoren te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 499
RvdW 2007, 711
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juli 2007

Strafkamer

nr. 01426/06

KM/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Leeuwarden, van 22 november 2005, nummer 24/000697-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 11 juni 2004 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van het subsidiaire "poging tot zware mishandeling met voorbedachte raad" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest vermeld en de proeftijd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf met één jaar verlengd.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het Hof heeft verzuimd art. 303 Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de oplegging van straf berust, tot het alsnog vermelden van voornoemd artikel als wettelijk voorschrift waarop de opgelegde straf is gegrond en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat het Hof in de bestreden uitspraak art. 303 Sr niet heeft vermeld als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging berust.

3.2. De klacht is terecht voorgesteld. Ingevolge art. 441 Sv zal de Hoge Raad doen wat het Hof had behoren te doen.

4. Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin niet art. 303 Sr als wettelijke voorschrift waarop de oplegging van de straf berust, is vermeld;

vermeldt als wettelijke voorschrift waarop de strafoplegging berust art. 303 Sr;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 3 juli 2007.