Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA4601

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-06-2007
Datum publicatie
01-06-2007
Zaaknummer
C06/053HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA4601
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2005:AU8021, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen bank en deelnemer aan loterij (Lotto), die door tijdelijke incassoblokkade wegens ongeoorloofde debetstand bij trekking prijzengeld is misgelopen; omvang van door bank jegens rekeninghouder te betrachten zorgplicht (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 369
RvdW 2007, 530
NJB 2007, 1310
JWB 2007/196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 juni 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/053HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.G. Pherai,

t e g e n

COÖPERATIEVE RABOBANK ROERMOND E.O. U.A.,

gevestigd te Roermond,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. Schenck.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 8 september 2003 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - gedagvaard voor de rechtbank Roermond en gevorderd een verklaring voor recht dat de Bank aansprakelijk is wegens het niet of onvoldoende deugdelijk nakomen van de door haar met [eiser] gesloten overeenkomst tot het verstrekken van krediet in rekening-courant, van verbruikleen en van opdracht, althans dat de Bank ernstig en toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van deze overeenkomsten en dat de Bank door het niet naleven van de op haar rustende zorgplicht en het maken van een onjuiste belangenafweging onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. Voorts heeft [eiser] gevorderd de Bank te veroordelen tot betaling van een bedrag in hoofdsom van € 11.500.000,--, met nevenvorderingen en met rente en kosten.

De Bank heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij eindvonnis van 14 april 2004 het gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 4 oktober 2005 heeft het hof, onder aanvulling van gronden, het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor de Bank door mrs. M.V. Polak en E.D. van Geuns, advocaten bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 juni 2007.