Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA3634

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-06-2007
Datum publicatie
28-06-2007
Zaaknummer
03415/05
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA3634
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid OM, art. 6 EVRM en art. 268.3 Sv. CAG: de positie van de AG bij het Hof in de zittingszaal van het Hof (te weten gesitueerd op het podium waarop ook de leden van het Hof en de griffier zitten) is niet in strijd met de wet of met de ratio van art. 268.3 Sv en vormt geen schending van art. 6 EVRM. HR: 81RO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 468
RvdW 2007, 680
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 juni 2007

Strafkamer

nr. 03415/05

KM/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 5 april 2005, nummer 24/000009-04, in de strafzaak tegen:

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Leeuwarden van 23 december 2003 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 2 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "oplichting" 2 subsidiair "door listige kunstgrepen de verzekeraar in dwaling brengen ten opzichte van omstandigheden tot de verzekering betrekking hebbende, zodat deze een overeenkomst sluit die hij niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten indien hij de ware staat van zaken gekend had" 3. "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" 4. en 5. telkens opleverende "opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst" veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van éénhonderd uren, subisdiair vijftig dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 139.990,72.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte heeft op 6 april 2005 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren werkstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

vermindert het aantal uren werkstraf in die zin dat deze 90 uren bedraagt;

vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 45 dagen beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 juni 2007.