Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA3027

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-06-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
C06/066HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA3027
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen gemeente en huurders van een woonwagen en standplaats over de ontbinding van de huurovereenkomst (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 439
RvdW 2007, 617
NJB 2007, 1477
JWB 2007/225
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 juni 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/066HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon DE GEMEENTE HOF VAN TWENTE,

zetelend te Goor, gemeente Hof van Twente,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerster 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en de huurders.

1. Het geding in feitelijke instanties

De Gemeente heeft bij exploot van 26 september 2003 de huurders gedagvaard voor de rechtbank te Almelo, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, dat de huurovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden en dat de huurders zullen worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde.

De huurders hebben de vordering bestreden en, in voorwaardelijke reconventie, gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te veroordelen aan hen passende woonruimte aan te bieden en de Gemeente te gebieden niet eerder tot ontruiming over te gaan, dan nadat de huurders de passende woonruimte hebben geaccepteerd en betrokken.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 13 juli 2004 de vorderingen in conventie toegewezen en de vorderingen in reconventie afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben de huurders hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij tussenarrest van 29 maart 2005 heeft het hof de Gemeente toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat de huurders, dan wel degenen voor wier gedragingen de huurders ingevolge art. 7:219 BW aansprakelijk zijn, de door de Gemeente gestelde overlast hebben veroorzaakt. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 29 november 2005 het vonnis van de kantonrechter, voorzover in conventie gewezen, vernietigd en de vorderingen van de Gemeente alsnog afgewezen. Het hof heeft de huurders niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de vorderingen in reconventie.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De huurders hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de huurders begroot op € 2.567,34 in totaal, waarvan € 2.493,34 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 74,-- te voldoen aan de huurders.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 juni 2007.