Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA2501

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-06-2007
Datum publicatie
01-06-2007
Zaaknummer
C06/079HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA2501
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen bank en (de erven van) voormalig directeur/groot-aandeelhouder over de betaling van het nog uitstaande saldo van een voor faillissement van de vennootschap door bank opgezegd rekening-courant krediet; vervolg op HR 21 november 2003, nr. C01/328, NJ 2004, 130 (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 371
RvdW 2007, 532
NJB 2007, 1312
JWB 2007/199
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 juni 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/079HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

De gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene],

gewoond hebbende te [woonplaats], zijnde,

1) [Eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2) [Eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3) [Eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

4) [Eiseres 4],

wonende te [woonplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

FORTIS BANK NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders.

1. Het geding in feitelijke instanties

De rechtsvoorgangster van thans verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - heeft bij exploot van 28 februari 1992 de erflater van eiseressen tot cassatie - verder te noemen: [betrokkene] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [betrokkene] te veroordelen om aan de Bank te betalen een bedrag van ƒ 863.631,77, met rente en kosten.

[Betrokkene] heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De Hoge Raad verwijst voor het verloop van het geding met betrekking tot de vordering in reconventie naar zijn arrest van 21 november 2003, C01/328, NJ 2004, 130.

De rechtbank heeft bij vonnis van 23 maart 2001 de vordering in conventie toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft [betrokkene] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 17 juni 2003 heeft het hof [betrokkene] in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren zoals nader in dat arrest is overwogen. Bij eindarrest van 1 november 2005 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [betrokkene] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Bank mede door mr. M.W. Scheltema, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fortis begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, A. Hammerstein, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 juni 2007.