Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA2167

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
07-06-2007
Zaaknummer
02190/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA2167
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatieberoep en terugwijzing. Procesgang: rb verklaart OvJ niet-ontvankelijk, het hof vernietigt die uitspraak en wijst de zaak terug. De rb doet opnieuw uitspraak, waarna het hof in appel einduitspraak doet. Geklaagd wordt over de verwerping door het hof van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM. HR verwerpt het middel onder verwijzing naar conclusie AG inhoudende: de klachten kunnen reeds niet tot slagen van het middel leiden omdat hetgeen het hof daarover overweegt niet meer relevant is omdat aan de zaak i.c. het onderzoek ter ttz bij de rb ná verwijzing door het hof ten grondslag ligt alwaar de kwestie van het horen van de getuigen waarop het middel doelt, niet (meer) aan de orde is geweest. Hetgeen het hof overweegt is dus irrelevant voor het oordeel over de ontvankelijkheid van de OvJ en het hof had aldus het verweer, gebaseerd op de aanvankelijke gang van zaken, kunnen verwerpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2007, 598
JOL 2007, 387
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juni 2007

Strafkamer

nr. 02190/06

IC/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 november 2005, nummer 22/005956-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Dordrecht van 8 oktober 2004, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte ter zake van 1. "opzettelijk handelen in strijd met het (de Hoge Raad leest: een) in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J. Hubers, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

3.2. Op de gronden die zijn vermeld in de aan dit arrest gehechte conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 15 kan het middel niet tot cassatie leiden.

4. Beoordeling van het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juni 2007.