Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA1764

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2007
Datum publicatie
25-04-2007
Zaaknummer
03237/06 U
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA1764
In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBROE:2006:AY8874, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlevering lid terroristische organisatie. OM-cassatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de verzoekende staat de uitlevering van opgeëiste persoon uitsluitend heeft verzocht om hem te kunnen vervolgen ter zake van art. 146/1 van het Turkse WvSr. Die uitleg is niet onverenigbaar met de bewoordingen waarin zij zijn gesteld, en moet derhalve in cassatie worden geëerbiedigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 399
JOL 2007, 283
RvdW 2007, 428
NJB 2007, 1078

Uitspraak

17 april 2007

Strafkamer

nr. 03237/06 U

RR/JH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Roermond van 8 september 2006, nummer 04/640002-06, op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering van:

[De opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon ontoelaatbaar verklaard.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt dat de Rechtbank de verzochte uitlevering ten onrechte ontoelaatbaar heeft verklaard.

3.2. Blijkens de door de verzoekende Staat overgelegde stukken strekt het uitleveringsverzoek ertoe - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - de opgeëiste persoon te kunnen vervolgen ter zake van het volgende:

"Verdachte is lid (geweest) van de gewapende terroristische organisatie genaamd THKP/C-DIRENIS, een beweging die zich ten doel stelt, de grondwettelijke orde met geweld omver te werpen en een Communistisch Regime te vestigen. Hij is van het jaar 1993 af aan activiteiten gaan ontplooien en acties uitvoeren in de vereniging, genaamd 'Vereniging van Istanbulse Arbeiders' gelegen in de wijk Sirinevler en heeft als verantwoordelijke van de beweging DIRENIS in de regio Esenler van de organisatie de navolgende acties gerealiseerd en/of daaraan deelgenomen:

1.- in de maand november 1993 is hij tezamen met [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] naar het confectieatelier te Ümraniye gegaan en heeft onder bedreiging namens de organisatie 200 miljoen TL aan geld verlangd;

2.- op 06.06.1994 heeft hij op instructie van de verdachte [betrokkene 2], met [betrokkene 5] en [betrokkene 6] in zijn gezelschap, de juwelierswinkel, toebehorende aan klager [klager 1], met gewapend geweld beroofd en 7 kg. Goud, alsmede 6850 Mark en 1450 Dollar weggenomen;

(...)

5.- op 02.09.1995 heeft verdachte op instructie van de verdachte [betrokkene 2], tegen wie als lid van de organisatie een procedure aanhangig is, met in zijn gezelschap de leden van de organisatie [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [betrokkene 5] met een gestolen busje het deviezenkantoor van klager [klager 2] te [plaats] bezocht en onder bedreiging met een wapen/wapens geld en buitenlandse valuta weggenomen; doch terwijl zij met hetzelfde busje trachtten te vluchten, zijn uiteindelijk [betrokkene 7] en [betrokkene 8] na een vuurgevecht met de politie aangehouden en het gestolen geld en de valuta in beslag genomen, evenwel is de verdachte [de opgeëiste persoon] samen met [betrokkene 5] van de plaats van het delict gevlucht;

(...)

7.- in januari 1996 heeft hij tesamen en in vereniging met [betrokkene 5], [betrokkene 4], [betrokkene 9], [betrokkene 10] en [betrokkene 11] om te protesteren tegen de ontruimingen van een dorp in de provincie Sivas, voor een in aanbouw verkerend gebouw bij de halte Tepe van de wijk Esenler - Atisalani ('het schietterrein') een protestbetoging gehouden en aan het gebouw affiches opgehangen, waarbij molotov cocktails op de weg werden geworpen;

8.- op 21.12.1995 hebben verdachte en op zijn instructie ook [betrokkene 4], [betrokkene 9] en [betrokkene 12] het partijgebouw van de DYP te Esenler-Atisalani benaderd, een ruit ingeslagen en 3 stuks molotov cocktails naar binnen gegooid;

In de tenlastelegging wordt gesteld, dat verdachte met gemelde acties en/of activiteiten, waarbij hij betrokken is geweest of waaraan hij heeft deelgenomen, het strafbare feit "trachten de constitutionele orde omver te werpen" gepleegd heeft.

(...)

Bovendien zal verdachte, indien hij aan ons Land wordt uitgeleverd, alleen voor het feit 'poging met geweld de constitutionele orde omver te werpen' en de daarop van toepassing zijnde artikelen 146/1 Turks WvS juncto artikelen 31, 33, 39, 40 Turks WvS worden berecht en indien schuldig bevonden op grond van die artikelen worden veroordeeld (derhalve alleen worden berecht voor het in het Uitleveringsverzoek omschreven strafbare feit)."

3.3. De bestreden uitspraak houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:

"Uit de overgelegde stukken van het uitleveringsverzoek blijkt dat de verzoekende staat de uitlevering heeft beperkt tot de vervolging terzake van artikel 146/1 (zoals laatstelijk gewijzigd bij wet nr. 5218 van 14.07.2004) van het Turks Wetboek van Strafrecht: "Ieder die met geweld tracht de Grondwet van de Republiek Turkije geheel of ten dele te wijzigen, veranderen of buiten werking te stellen en/of de bij die wet ingestelde Grote Volksvergadering ontbindt dan wel in de uitvoering van zijn werkzaamheden belemmert wordt bestraft met levenslange gevangenisstraf onder verzwaard regime."

Deze verdenking is naar Nederlands recht strafbaar gesteld in artikel 94 van het Wetboek van Strafrecht.

Ingevolge artikel 3 van het toepasselijke Europees Verdrag inzake uitlevering wordt de uitlevering niet toegestaan indien het strafbaar feit door de aangezochte partij als een politiek delict wordt beschouwd.

Artikel 94 van het Wetboek van Strafrecht betreft een absoluut politiek delict.

Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de uitlevering ontoelaatbaar verklaard dient te worden.

(...)

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de gevraagde uitlevering ontoelaatbaar."

3.4. De Rechtbank heeft vastgesteld dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de verzoekende Staat de uitlevering van de opgeëiste persoon uitsluitend heeft verzocht om hem te kunnen vervolgen ter zake van art. 146/1 van het Turkse Wetboek van Strafrecht. Die uitleg van de stukken is - mede gelet op hetgeen hiervoor onder 3.2 is weergegeven - niet onverenigbaar met de bewoordingen waarin zij zijn gesteld, en moet derhalve in cassatie worden geëerbiedigd.

3.5. Daarop stuit het middel af.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 april 2007.