Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA0514

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
19-06-2007
Zaaknummer
01577/06 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA0514
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat het hier een beklag betreft tegen het voornemen van de OvJ om de onder klager in beslag genomen personenauto terug te geven aan de rechthebbende (art. 116.3 Sv), i.c de gesubrogeerde verzekeringsmaatschappij. Vzv. het middel zich richt tegen het oordeel van de Rb dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet meer vordert, miskent het dat de Rb dienaangaande gebonden was aan het oordeel van de OvJ (HR LJN AX6283).

De wet kent wat betreft de beklagprocedure a.b.i. het vierde boek, Titel IX Sv niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene die een klaagschrift strekkende tot teruggave heeft ingediend.

Ingeval degene bij wie het voorwerp is inbeslaggenomen zich op de voet van art. 116.3 (oud) Sv heeft beklaagd over het voornemen van het OM dat voorwerp te doen teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en op dat klaagschrift wordt beslist dat het beklag ongegrond is, kan de OvJ uitvoering geven aan bedoeld voornemen zodra die beschikking onherroepelijk is. De beschikking op dat klaagschrift kan niet de last inhouden dat het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven aan rechthebbende.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 116
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 361
RvdW 2007, 660
JOL 2007, 462
JOW 2008, 8
NBSTRAF 2007/257
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 juni 2007

Strafkamer

nr. 01577/06 B

DV/SB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Roermond van 1 januari 2006, nummer RK 05/366, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door de klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenvermelde beschikking omschreven auto en de teruggave bevolen aan Axa Versicherung AG van het inbeslaggenomene.

2. Geding in cassatie

Het beroep, dat kennelijk niet is gericht tegen de ontvankelijkverklaring van het klaagschrift, is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar alleen voor zover daarbij de teruggave van de inbeslaggenomen Porsche aan AXA Versicherung AG is gelast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel keert zich tegen de beslissing van de Rechtbank dat het beklag ongegrond is en dat de teruggave moet worden gelast van de inbeslaggenomen auto aan AXA Versicherung AG.

3.2. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat het hier een beklag betreft tegen het voornemen van de Officier van Justitie om de onder de klager inbeslaggenomen personenauto terug te geven aan de rechthebbende (art. 116, derde lid, Sv), te weten AXA Versicherung AG, als gesubrogeerd in de rechten van degene aan wie die auto was ontstolen.

3.3. Voor zover het middel zich richt tegen het oordeel van de Rechtbank dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag niet meer vordert, miskent het dat de Rechtbank dienaangaande gebonden was aan het - uit het voornemen tot teruggave blijkende - oordeel van de Officier van Justitie (vgl. HR 4 juli 2006, LJN AX6283, NJ 2006, 385).

3.4. Voorts klaagt het middel tevergeefs over het oordeel van de Rechtbank, daarop neerkomende dat AXA Versicherung AG redelijkerwijs als rechthebbende op de desbetreffende auto kan worden aangemerkt. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

3.5. De wet kent wat betreft de beklagprocedure als bedoeld in het vierde boek, titel IX, Sv niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene die een klaagschrift strekkende tot teruggave heeft ingediend.

Ingeval degene bij wie het voorwerp is inbeslaggenomen zich op de voet van art. 116, derde lid, Sv heeft beklaagd over het voornemen van het openbaar ministerie dat voorwerp te doen teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en op dat klaagschrift wordt beslist dat het beklag ongegrond is, kan de officier van justitie uitvoering geven aan bedoeld voornemen zodra die beschikking onherroepelijk is. De beschikking op dat klaagschrift kan niet de last inhouden dat het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven aan de rechthebbende (vgl. HR 26 november 2002, LJN AE6595). De Rechtbank had te dezen zodanige last dus niet mogen geven. In zoverre kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt het vorenoverwogene mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking, doch uitsluitend voor zover daarin de teruggave is gelast van de desbetreffende personenauto aan AXA Versicherung AG;

verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2007.