Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BA0487

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2007
Datum publicatie
21-05-2007
Zaaknummer
01209/06 P
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA0487
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Het middel klaagt dat het hof heeft gehandeld i.s.m. de beginselen van een goede procesorde, het vertrouwensbeginsel en art. 6 EVRM door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn en waarop zij haar verweer niet heeft kunnen richten. HR verwijst naar conclusie AG vzv. inhoudende: een keuze voor een methode van voordeelsberekening waarop de verdediging in redelijkheid niet bedacht behoefde te zijn, is i.s.m. de beginselen van een behoorlijke procesorde als met art. 6 EVRM. I.c. mocht de verdediging er in redelijkheid niet op vertrouwen dat het hof het onderzoek zou heropenen als het zou kiezen voor de ‘klassieke’ methode van voordeelsberekening i.p.v. de methode van vermogensvergelijking waarover de procespartijen hadden gedebatteerd. Daarbij weegt zwaar dat het financieel verslag waarop de vordering was gebaseerd, zich niet beperkte tot de methode van voordeelsvergelijking maar daarin ook een aanzet was gegeven voor een klassieke berekening, gebaseerd op de eigen verklaringen van veroordeelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 506 met annotatie van J.M. Reijntjes
JOL 2007, 352
RvdW 2007, 509
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2007

Strafkamer

nr. 01209/06 P

LR/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 november 2005, nummer 21/002173-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een beslissing van de Rechtbank te Arnhem van 23 februari 2000 - de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 234.000,-.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

3. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede proces-orde, het vertrouwensbeginsel en art. 6 EVRM, door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn en waarop zij haar verweer niet heeft kunnen richten.

4.2. Het middel faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 15 tot en met 29.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 15 mei 2007.