Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ9678

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-03-2007
Datum publicatie
02-03-2007
Zaaknummer
43336
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artt. 3.7.6 en 3.4 Wet IB 2001. Directeur-grootaandeelhouder heeft geen recht op zelfstandigenaftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2007/177
V-N 2007/14.13 met annotatie van Redactie
FutD 2007-0421
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 43.336

2 maart 2007

whk

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende)tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 19 juni 2006, nr. 04/00050, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Minister van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Minister heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. Het Hof heeft met juistheid beslist dat voor belanghebbende als directeur-grootaandeelhouder van een B.V. de zelfstandigenaftrek als bedoeld in artikel 3.76 van de Wet IB 2001 niet geldt. Voorzover de klachten zich tegen dit oordeel keren, falen zij mitsdien.

3.2. De klachten kunnen voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en A.R Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2007.