Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ8798

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
07-06-2007
Zaaknummer
01641/06 P
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ8798
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. De HR volstaat in de ontnemingsprocedure i.c. met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden gelet op o.m. de mate van termijnoverschrijding en de omstandigheid dat de HR in de samenhangende strafzaak wegens overschrijding van de inzendtermijn heeft geoordeeld dat de rechter naar wie de zaak zal worden teruggewezen i.g.v. strafoplegging, die overschrijding daarbij zal dienen te betrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2007, 597
JOL 2007, 385
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juni 2007

Strafkamer

nr. 01641/06 P

KM/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2005, nummer 21/001686-04, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.

2.2. De betrokkene heeft op 2 september 2005 beroep in cassatie ingesteld. De stukken zijn op 20 juni 2006 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden.

2.3. Bij afweging van alle in aanmerking komende belangen en omstandigheden, waaronder de mate van termijnoverschrijding en de omstandigheid dat de Hoge Raad in de met de onderhavige ontnemingsprocedure samenhangende strafzaak met griffienummer 01642/06, waarin heden eveneens uitspraak wordt gedaan, wegens overschrijding van de inzendtermijn met bijna drie maanden heeft geoordeeld dat de rechter naar wie de zaak zal worden teruggewezen in geval van strafoplegging die overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase daarbij zal dienen te betrekken, behoort in dit geval te worden volstaan met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.

2.4. Het middel is dus terecht voorgesteld, maar leidt niet tot cassatie.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juni 2007.