Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ8351

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-02-2007
Datum publicatie
20-02-2007
Zaaknummer
00773/06 U
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ8351
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering aan Suriname (vervolg op tussenarrest LJN AX9175). Aangenomen moet worden dat de opgeëiste persoon is overleden. Het verzoek tot uitlevering is dus niet vatbaar voor inwilliging, zodat de OvJ alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 februari 2007

Strafkamer

nr. 00773/06 U

EC/JH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

inzake het verzoek om uitlevering aan de Republiek Suriname van:

[De opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, zich ook noemende [A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1. De procesgang

1.1. De Hoge Raad verwijst naar zijn arrest van 29 augustus 2006. In dat arrest heeft de Hoge Raad de uitspraak van de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 21 oktober 2005 vernietigd. Voorts heeft de Hoge Raad bevolen dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen te verschijnen ter zitting van de Hoge Raad om te worden gehoord omtrent het verzoek tot zijn uitlevering.

1.2. Ter zitting van 6 februari 2007 is noch de opgeëiste persoon noch de raadsman verschenen. Op die zitting heeft de Advocaat-Generaal Machielse als zijn opvatting te kennen gegeven dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek tot uitlevering.

2. Beoordeling van de inleidende vordering

2.1. Het verzoek tot uitlevering betreft [de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980. Bij de behandeling van het uitleveringsverzoek door de Rechtbank heeft de aldaar gehoorde persoon opgegeven te zijn:

[A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

2.2. Een proces-verbaal inzake een ingesteld identiteitsonderzoek van 6 september 2006, opgemaakt door M.A. Bon, brigadier van politie, regio Amsterdam-Amstelland, houdt in:

"Op 29 mei 2005 werd te Amsterdam een dactyloscopisch signalement vervaardigd, gesteld ten name van:

[A], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats].

Dit dactyloscopisch signalement is identiek aan een op 22 juli 1999 te Suriname vervaardigd dactyloscopisch signalement, gesteld ten name van:

[De opgeëiste persoon], geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats].

Bij vergelijking van deze dactyloscopische signalementen, werden door mij slechts dactyloscopische punten van overeenkomst waargenomen, zonder dactyloscopische verschillen. Derhalve staat vast dat beide signalementen werden vervaardigd van dezelfde persoon."

2.3. Een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente houdt in dat [A], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats], op 11 oktober 2006 aldaar is overleden.

2.4. Op grond van hetgeen hiervoor onder 2.2 en 2.3 is weergegeven, moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon is overleden. Het verzoek tot uitlevering is dus niet vatbaar voor inwilliging, zodat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek tot uitlevering.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 februari 2007.