Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ8249

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-03-2007
Datum publicatie
09-03-2007
Zaaknummer
C05/293HR (1443)
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ8249
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onteigeningszaak. Geschil tussen gemeente en (appartements)eigenaar van onteigende percelen over berekening van schadeloosstelling ter zake van prostitutiepanden c.a. bij de onteigening ter uitvoering van een stadsvernieuwingsplan strekkende tot uitbanning van raamprostitutie (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 163
RvdW 2007, 278
NJB 2007, 702
JWB 2007/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 maart 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/293HR (1443)

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

1. Het geding in feitelijke instantie

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - heeft bij exploot van 4 april 2003 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en ten behoeve van de uitvoering van het stadsvernieuwingsplan "Schilderswijk-Centrum, zevende herziening (Poeldijksestraat)" gevorderd ten name van de Gemeente vervroegd uit te spreken de onteigening van de in de dagvaarding omschreven percelen, waarvan [eiser] als eigenaar is aangewezen en het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 345.000,--, waarvan € 321.000,-- als vergoeding voor de werkelijke waarde van de onroerende zaken.

Bij vonnis van 14 mei 2003, dat op 4 juli 2003 is ingeschreven in de openbare registers, heeft de rechtbank onder meer de gevorderde onteigening vervroegd uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op € 310.500,--, waarvan € 288.900,-- voor de werkelijke waarde van de onroerende zaken en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.

Bij tussenvonnis van 2 maart 2005 heeft de rechtbank de deskundigen opgedragen nader te rapporteren zoals omschreven in rov. 14 van het vonnis en bij eindvonnis van 17 augustus 2005 heeft de rechtbank, voor zover in cassatie van belang, de schadeloosstelling voor [eiser] vastgesteld op € 540.810,--, waarin begrepen het reeds betaalde voorschot van € 310.500,--, alsmede op een samengestelde rente van 3,5% per jaar over € 230.310,-- vanaf 4 juli 2003 tot de datum van het eindvonnis.

Het tussenvonnis van 2 maart 2005 en het eindvonnis zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

[Eiser] heeft tegen de vonnissen van de rechtbank van 2 maart 2005 en 17 augustus 2005 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 5.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.