Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ8169

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-04-2007
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
C06/158HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ8169
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2005:AU5256, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Geschil tussen auteursrechthebbende en exploitant (televisieomroep) over de uitleg van een auteursrechtelijke exploitatieovereenkomst (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2007-04-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 282
RvdW 2007, 426
NJB 2007, 1010
JWB 2007/141

Uitspraak

20 april 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/158HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,

t e g e n

1. VERENIGING TOT BEVORDERING VAN DE EVANGELIEVERKONDIGING VIA RADIO EN TELEVISIE 'DE EVANGELISCHE OMROEP',

gevestigd te Hilversum,

2. KINDERNET C.V.,

gevestigd te Bussum,

3. NEDERLANDSE CHRISTELIJKE RADIO VERENIGING,

gevestigd te Hilversum,

4. OMROEPVERENIGING VARA,

gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaten: mr. H.J.A. Knijff en mr. J.C.H. van Manen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft (onder meer) verweerders in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: EO c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd voor recht te verklaren dat EO c.s. verplicht zijn aan hem ƒ 62,15 te betalen, althans en in ieder geval zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, voor iedere minuut van openbaarmaking door iedere verweerster afzonderlijk van de litigieuze series op de vertaling/bewerking waarvan het auteursrecht bij [eiser] rust.

EO c.s. hebben de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 10 juli 2002, voor zover in cassatie van belang, [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 30 juni 2004 het gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Na een tussenarrest van 21 juli 2005 heeft het hof bij eindarrest van 23 februari 2006, voor zover in cassatie van belang, het bestreden vonnis bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

EO c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor EO c.s. mede door mr. A.P. Groen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 februari 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EO c.s. begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.