Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ6927

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
06-06-2007
Zaaknummer
00625/06 M
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ6927
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep. Het hof heeft terzake van een overtreding € 250,- opgelegd. Ex. art. 427 Sv staat tegen arresten van gerechtshoven betreffende overtredingen beroep in cassatie niet open indien geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum van € 250,-. Dat betekent dat ook indien dit maximum is opgelegd, geen cassatieberoep openstaat. Verdachte kan niet worden ontvangen in het ingestelde cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 395
NJ 2007, 338
RvdW 2007, 589
NJB 2007, 1409
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juni 2007

Strafkamer

nr. 00625/06 M

SY/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, van 20 december 2005, nummer 21/006612-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Arnhem van 8 november 2004 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.J.E. Hendriks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn bij pleidooi toegelicht.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in haar cassatieberoep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het bestreden arrest heeft betrekking op een overtreding (art. 19 RVV 1990). Het Hof heeft ter zake van dat feit een geldboete van € 250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis opgelegd. Ingevolge art. 427 Sv staat tegen arresten van gerechtshoven betreffende overtredingen beroep in cassatie niet open indien, voor zover hier van belang, geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum van € 250,-. Dat betekent dat ook indien dit maximum is opgelegd, geen cassatieberoep openstaat. Hieruit volgt dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het ingestelde cassatieberoep.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink, J. de Hullu en H.A.G. Splinter van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 5 juni 2007.

Mr. De Hullu is buiten staat dit arrest te ondertekenen.