Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ4413

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-01-2007
Datum publicatie
26-01-2007
Zaaknummer
R06/024HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4413
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over partner- en kinderalimentatie (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 46
RvdW 2007, 129
NJB 2007, 381
JWB 2007/26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 januari 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/024HR

MK/GL

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 2 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - uit te spreken. Daarnaast heeft hij nevenvoorzieningen verzocht.

De vrouw heeft het verzoek bestreden en tevens zelfstandige verzoeken ingediend.

De rechtbank heeft bij beschikking van 9 maart 2005, voorzover in cassatie van belang, echtscheiding uitgesproken tussen partijen, bepaald dat de man in de situatie tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap € 783,-- per maand moet betalen als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind, [de zoon] - verder te noemen: [de zoon] - geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997 en in de situatie na de verdeling € 735,50 per maand en tevens bepaald dat de man in de situatie tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap € 2.220,-- per maand moet betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud en in de situatie na de verdeling € 526,-- per maand, een en ander vanaf de dag van inschrijving van de uitspraak van de echtscheiding.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 24 november 2005, hersteld bij beschikking van 9 februari 2006, heeft het hof de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wat betreft de uitgesproken echtscheiding en de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de zoon] met ingang van 9 maart 2005 op € 890,-- bepaald en de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand op € 2.200,-- per maand en met ingang van de datum dat de huwelijksgoederengemeenschap is verdeeld op nihil.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 januari 2007.