Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ4407

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-03-2007
Datum publicatie
09-03-2007
Zaaknummer
C05/216HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep wegens het ontbreken van memorie van grieven; onbegrijpelijk oordeel, kennelijke vergissing omtrent onttrekking van de procureur van appellant.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 353
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 133
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 162
RvdW 2007, 277
NJB 2007, 701
JWB 2007/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 maart 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/216HR

MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

RODAMCO WINKELS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: Rodamco - heeft bij exploot van 29 juni 2000 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van beherend vennoot van [eiseres] - verder gezamenlijk te noemen: [eiseres] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Rotterdam, en gevorderd, de ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de bedrijfsruimte aan de [a-straat 1] te [plaats], alsmede ontruiming van deze bedrijfsruimte, betaling van ƒ 98.567,42 aan huurachterstand tot en met december 2000 inclusief rente en incassokosten en een bedrag van ƒ 19.976,36 per maand vanaf 1 januari 2001 tot aan het tijdstip dat de huurovereenkomst zal zijn ontbonden dan wel het gehuurde zal zijn ontruimd.

[Eiseres] c.s. hebben de vordering bestreden.

Na een aantal tussenvonnissen te hebben gewezen - dat van 15 januari 2003 hield ontbinding van de huurovereenkomst in - heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 9 juli 2003 [eiseres] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan Rodamco te voldoen een bedrag van € 67.044,43 aan huurachterstand en € 8.397,64 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de contractuele vertragingsrente van 1% per maand over € 54.463,06 vanaf 29 juni 2000 tot aan de dag der algehele voldoening.

Tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 13 mei 2005 heeft het hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Rodamco is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot vernietiging en terugverwijzing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In deze zaak gaat het om het volgende.

(i) Bij exploot van 8 oktober 2003 is [eiseres] in hoger beroep gekomen van het tussen haar en (de rechtsvoorgangster van) Rodamco op 9 juli 2003 in de zaak nr. 311684/001 door de kantonrechter te Rotterdam gewezen vonnis, alsmede van alle daaraan voorafgaande vonnissen in die zaak.

(ii) Als procureur voor [eiseres] heeft zich in hoger beroep gesteld mr. J. van Weerden. Deze heeft zich aan de zaak onttrokken.

(iii) Bij fax van 25 juni 2004 heeft mr. P.J.L.J. Duijsens aan het hof bericht zich als procureur voor [eiseres] te stellen.

(iv) Pagina 34 van de rol van de enkelvoudige kamer van het hof van 19 augustus 2004 vermeldt mr. Duijsens als procureur van [eiseres] en houdt voorts onder meer het volgende in:

"Vorige proceshandeling:proc. app. Onttrokken

Status:app. voor grieven

Peremptoir:1x"

(v) De op de zaak betrekking hebbende rol-/archiefkaart van het hof vermeldt onder meer dat de procureur van [eiseres] zich op 24 juni 2004 heeft onttrokken, dat de zaak op 18 augustus 2004 voor grieven stond (peremptoir) en op 2 september 2004 voor fourneren van stukken, dat op 7 oktober 2004 is gefourneerd, dat op 18 november 2004 is bepaald dat op 26 augustus 2005 arrest zou worden gewezen en dat ten slotte op 13 mei 2005 arrest is gewezen.

(vi) Op laatstgenoemde datum heeft het hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

(vii) Een brief van de griffier van het hof aan mr. Duijsens van 27 mei 2005 houdt onder meer het volgende in:

"Hierbij reageer ik op uw fax van 18 mei 2005, waarin u in bovengenoemde zaak het arrest van 13 mei 2005 ongedaan wil maken, omdat u zich in de betreffende zaak nimmer heeft onttrokken als procureur.

Naar alle waarschijnlijkheid is bij het hof op de rol van 19 augustus 2004 een eerdere procureursonttrekking in deze zaak aangezien als een procureursonttrekking van u. Bij het hof is het niet ongebruikelijk, dat een dergelijk verzoek schriftelijk wordt gedaan.

Een mededeling van die strekking van uw kant bevindt zich niet in het dossier. Doordat de originele rol van de rolraadsheer van de zitting van 19 augustus 2004 in het ongerede is geraakt, kan het vermoedelijk aan de zijde van het hof gemaakte abuis helaas niet op de juiste wijze worden gecontroleerd.

De zaak is vervolgens verwezen voor partijen voor stukken voor het bepalen van arrest, waarna het eindarrest van 13 mei 2005 is gewezen."

3.2 Aan zijn hiervoor in 3.1 onder (vi) vermelde beslissing heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd:

"Appellante heeft niet van grieven gediend. Ter rolle van 19 augustus 2004 heeft de procureur van appellante zich ter zake onttrokken. Vervolgens heeft geïntimeerde haar procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.

De beoordeling

Nu geen grieven zijn voorgedragen tegen de vonnissen waarvan beroep, dient appellante niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar hoger beroep. (...)"

3.3.1 Het middel bestrijdt (de motivering van) deze beslissing als onjuist, althans onbegrijpelijk: mr. Duijsens heeft zich in plaats van mr. Van Weerden voor [eiseres] gesteld, hij heeft zich niet onttrokken en volgens het rolreglement had aan [eiseres] nader uitstel moeten worden verleend voor het nemen van haar memorie van grieven.

3.3.2 Het middel is terecht voorgesteld. Het hiervoor in 3.1 onder (iii) - (v) en (vii) vermelde maakt, in onderlinge samenhang bezien, aannemelijk dat de vaststelling van het hof, dat mr. Duijsens zich ter rolle van 19 augustus 2004 heeft onttrokken, op een vergissing berust.

3.4 Nu Rodamco de bestreden beslissing niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 mei 2005;

verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing;

reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;

begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eiseres] op € 444,11 aan verschotten en op € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van Rodamco op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.