Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ4073

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-02-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
R06/106HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4073
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP, afgewezen verzoek ex art. 15b F. tot opheffing van een faillissement onder gelijktijdig uitspreken van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 143
RvdW 2007, 237
NJB 2007, 596
JWB 2007/58
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 februari 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/106HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verzoeker 2],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.A. Koot.

1. Het geding in feitelijke instanties

De vennootschap onder firma IBC Incassobemiddeling & Creditmanagement - verder te noemen: IBC - en haar vennoten, [verzoekers] (verzoekers tot cassatie), zijn bij vonnis van de rechtbank te Haarlem van 15 november 2005 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. R.J. Fransz tot curator.

Op 3 april 2006 hebben IBC, [verzoekers] bij de rechtbank te Haarlem een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Na behandeling van de zaak op 14 juni 2006, heeft de rechtbank bij vonnis van 27 juni 2006 het verzoek afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben IBC, [verzoekers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Na mondelinge behandeling op 25 juli 2006 heeft het hof bij arrest van 1 augustus 2006 de uitspraak waarvan beroep vernietigd voorzover het verzoek van IBC is afgewezen en, opnieuw rechtdoende, IBC niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De uitspraak waarvan beroep is voor het overige bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.