Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ4066

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
16-02-2007
Zaaknummer
C05/320HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ4066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Medehuur. Ontruiming woning waar derde na overlijden van huurder is blijven wonen; vervolg op HR 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244 (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 110
RvdW 2007, 210
NJB 2007, 542
JWB 2007/50
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 februari 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/320HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie, incidenteel verweerster in cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

1. DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE,

zetelende te 's-Gravenhage,

2. WONINGBEHEER N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

3. N.V. MAATSCHAPPIJ TOT EXPLOITATIE VAN ONROERENDE GOEDEREN "STEDELIJK BELANG",

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTERS in cassatie, incidenteel eiseressen tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tot zijn arrest van 7 maart 2003, nr. C02/030, NJ 2003, 244, verwijst de Hoge Raad naar dat arrest. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het beroep verworpen.

Bij tussenarrest van 9 november 2004 heeft het hof te 's-Gravenhage thans verweerster in cassatie onder 3 als gevoegde partij aan de zijde van thans verweersters in cassatie onder 1 en 2 in het geding toegelaten en een comparitie van partijen gelast. Bij eindarrest van 9 augustus 2005 heeft het hof het vonnis van 6 september 2000 van de rechtbank te 's-Gravenhage bekrachtigd, met dien verstande dat de termijn waarbinnen het pand aan de [a-straat 1] te [plaats] ontruimd dient te zijn wordt gesteld op vier maanden na betekening van het arrest.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het incidentele cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt zowel in het principale als in het incidentele beroep tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 februari 2007.