Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ3888

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
23-01-2007
Zaaknummer
03535/05
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ3888
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd op punt verduistering geleaste auto. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte en zijn medeverdachten op naam van X B.V. de auto hebben geleaset en dat al spoedig betalingen uitbleven en op aanmaningen niet werd gereageerd. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan echter niet zonder meer volgen dat – zoals bewezenverklaard – X B.V. zich de auto heeft toegeëigend. De bewezenverklaring is dus op dit punt niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 65
NJ 2007, 84
RvdW 2007, 138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 januari 2007

Strafkamer

nr. 03535/05

SG/CAW

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 december 2003, nummer 23/001802-01, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Alkmaar van 4 november 1999 - de verdachte ter zake van 1 primair "een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging" en 2 primair en 3 primair "medeplegen van verduistering, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.

1.2. De aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv is, voor zover voor de beoordeling van de middelen van belang, aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak zal terugwijzen naar het Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en dat de Hoge Raad het beroep voor het overige zal verwerpen.

3. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit het toe-eigenen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

4.2. Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"[A] B.V. in de periode van 16 januari 1997 tot en met 16 april 1997 in de gemeente Hoorn opzettelijk een personenauto, merk Audi (type A3), toebehorende aan [B] B.V., welke auto [A] B.V. anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een lease-overeenkomst, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, zulks terwijl verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging."

4.3. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte en zijn medeverdachten op naam van [A] B.V. de auto (Audi A3) hebben geleaset en dat al spoedig betalingen uitbleven en op aanmaningen niet werd gereageerd. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan echter niet zonder meer volgen dat [A] B.V. zich de auto (Audi A3) heeft toegeëigend. De bewezenverklaring is dus op dit punt niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

4.4. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld. Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de opgelegde gevangenisstraf;

Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

Verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 januari 2007.