Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ3595

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
24-01-2007
Zaaknummer
00663/06 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ3595
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 552a Sv strekkende tot teruggave van inbeslaggenomen schapen waarbij voor een deel geen gezondheidscertificaat aanwezig was. Conclusie AG: (i) i.c. bestond strafvorderlijke bevoegdheid tot inbeslagname, (ii) art. 552a Sv biedt geen mogelijkheid te klagen over – voorgenomen – vernietiging. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 58
RvdW 2007, 145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 januari 2007

Strafkamer

nr. 00663/06 B

KM/CAW

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Arnhem van 30 september 2005, nummer RK 05/623, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Betrokkene], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. A.A.M. van Beek, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2007.