Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ2656

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-03-2007
Datum publicatie
30-03-2007
Zaaknummer
R05/031HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ2656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. Antilliaanse zaak. Vordering tot nietigverklaring van een met een bank gesloten overeenkomst wegens dwang, bedrog en/of dwaling. Vervolg van HR 23 november 2001, NJ 2002, 25.

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 222
RvdW 2007, 362
NJB 2007, 841
JWB 2007/110
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 maart 2007

Eerste Kamer

Nr. R05/031HR

MK/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

MARIELLE INVESTMENTS N.V.,

gevestigd op Curaçao,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,

t e g e n

1. ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. ING TRUST (ANTILLES) N.V.,

gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,

VERWEERSTERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans eiseres tot cassatie - verder te noemen: Marielle - en thans verweersters in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: ING Bank en ING Trust - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 23 november 2001, rek.nr. R99/205, NJ 2002, 25.

Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 7 september 1999 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dat hof.

Na verwijzing heeft het hof bij tussenvonnis van 23 april 2002 ING Bank en ING Trust in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen en de zaak daartoe verwezen naar de rol. Bij tussenvonnis van 7 januari 2003 heeft het hof een comparitie van partijen gelast, bij tussenvonnis van 25 februari 2003 Marielle toegelaten tot bewijslevering en bij tussenvonnis van 23 maart 2004 ING Bank en ING Trust toegelaten een akte uitlating producties te nemen. Bij eindvonnis van 30 november 2004 heeft het hof het vonnis van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba van 12 oktober 1998 bevestigd.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft Marielle beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

ING Bank en ING Trust zijn in cassatie niet verschenen.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Marielle in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING Bank en ING Trust begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 maart 2007.