Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ2596

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-01-2007
Datum publicatie
05-01-2007
Zaaknummer
R06/064HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ2596
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP; beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verstrekking van een ‘schone lei’; art. 354 lid 1 F. (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 1
RvdW 2007, 70
NJB 2007, 219
JWB 2007/1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 januari 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/064HR

RM/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 7 april 2003 heeft de rechtbank te Amsterdam ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

Op 2 februari 2006 heeft er een verificatievergadering plaatsgevonden en op 1 maart 2006 is de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling behandeld.

De rechtbank heeft bij vonnis van 8 maart 2006 vastgesteld dat [verzoeker] in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder verstrekking van een schone lei beëindigd.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 2 mei 2006.

Bij arrest van 23 mei 2006 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 januari 2007.