Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AZ0456

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-06-2007
Datum publicatie
08-06-2007
Zaaknummer
42759
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ0456
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG

De onderhavige zaak en de zaken met nrs. 42457, 42458, 42459, 42460, 42461, 42462, 42463, 42464, 42465, 42721, 42722 en 42758 waarin heden wordt geconcludeerd, hebben alle betrekking op de baatbelasting en meer in het bijzonder op de begrippen 'voorziening' en 'baat'. Voor deze zaken is een bijlage opgesteld, welke onderdeel uitmaakt van deze conclusie.

Aan belanghebbende is ter zake van het genot krachtens eigendom van de onroerende zaak a-straat 1 te Q een aanslag in de baatbelasting Kloosterwandplein e.o. opgelegd ten bedrage van ƒ 190.641,25.

Voor het Hof was in geschil, voor zover in cassatie van belang, het antwoord op de vraag of de onroerende zaak gebaat is bij de getroffen voorzieningen. Het Hof heeft geoordeeld dat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat het geheel van de voorzieningen ertoe heeft geleid dat de onroerende zaak meer dan in verwaarloosbare mate in een voordeliger positie is gekomen. De gemeente heeft beroep in cassatie ingesteld; belanghebbende heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

In de conclusie wordt - onder verwijzing naar de bijlage - geconcludeerd dat tussen partijen de vraag of sprake was van tot stand gebrachte voorzieningen niet in geschil was en dat de klacht van de gemeente dat het Hof een verkeerde maatstaf heeft aangelegd bij de beoordeling of sprake was van een voorziening, derhalve op een verkeerde lezing van de uitspraak berust. Voorts wordt geconcludeerd dat de vraag of een onroerende zaak is gebaat door een door de gemeente tot stand gebracht complex van voorzieningen, moet worden beoordeeld naar het geheel van de voorzieningen en niet naar iedere voorziening afzonderlijk. De door het Hof genoemde feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, hebben het Hof klaarblijkelijk tot de slotsom gebracht dat belanghebbendes onroerende zaak niet door het geheel van de voorzieningen is gebaat. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onvoldoende gemotiveerd of onbegrijpelijk.

Naar aanleiding van het incidentele beroep in cassatie, waarin belanghebbende stelt dat het niet juist is om het opleggen van een baatbelasting te beperken tot het verhaal van kosten voor herinrichting bij eigenaren waarvan de onroerende zaken gelegen zijn in de binnensteden, wordt geconcludeerd dat nu het Hof van oordeel was dat de onroerende zaak van belanghebbende niet is gebaat door de aangebrachte voorzieningen, het Hof aan de stellingen van belanghebbende voorbij kon gaan. De klacht dat bezoekers van de binnensteden niet worden aangeslagen kan, nog afgezien van het voorgaande, niet tot cassatie leiden, nu de wettelijke regeling inhoudt dat de belasting wordt geheven van gebate onroerende zaken.

De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep en het incidentele beroep in cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.