Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AY9469

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-06-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
42767
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AY9469
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG

In de zaken met de nrs. 42 766, 42 767 en 42 768 staat, kort samengevat, de vraag centraal of een aangifte als bedoeld in art. 22, lid 1 (afrekeningsaangifte), van de WVA - of een (latere) correctie daarvan - moet worden opgevat, althans gelijk behandeld, als een vrijwillige verbetering in de zin van par. 28, lid 3, van het BBBB 1998, waardoor geen vergrijpboete kan worden opgelegd.

In de onderhavige zaak kon belanghebbende op grond van een S&O-verklaring in 2001 een afdrachtvermindering toepassen van maximaal € 7.261.

Dat heeft belanghebbende ook gedaan.

In de (zogenaamde) afrekeningsaangifte heeft belanghebbende gemeld dat het bedrag aan toe te passen afdrachtvermindering S&O (slechts) € 44 bedraagt. Deze aangifte resulteerde in een door belanghebbende te betalen bedrag van € 7.216.

De inspecteur heeft daarop een boekenonderzoek ingesteld en - op grond van art. 28 WVA ('het op verwijtbaar te achten wijze op te ruime schaal gemeenschapsgelden onder zich houden waarop men uiteindelijk geen recht blijkt te hebben') - een boete van 25% opgelegd.

In geschil is de boete.

Hof 's-Hertogenbosch(1) heeft geoordeeld dat de opgelegde vergrijpboete niet in stand kan blijven, omdat de afrekeningsaangifte van belanghebbende moet worden opgevat, althans gelijk behandeld, als een vrijwillige verbetering, en de boetebeschikking vernietigd.

Staatssecretaris in cassatie (met het betoog dat de regeling voor vrijwillige verbetering zich niet leent voor toepassing bij het vergrijp als bedoeld in art. 28 WVA).

Conclusie

In de bijlage wordt betoogd dat de tekst van art. 28 WVA vrijwillige verbetering uitsluit, omdat de gedragingen die leiden tot deze vergrijpboete niet reparabel zijn, althans niet (meer) op het moment dat de verplichte afrekeningsaangifte wordt gedaan.

Deze redenering wordt ondersteund met het betoog dat de strekking van art. 28 WVA niet tot gelding komt indien de (relevante, inkeer faciliterende) beleidsregels zo moeten worden uitgelegd dat de afrekeningsaangifte uit art. 22, lid 1, WVA als vrijwillige verbetering kan worden aangemerkt, met als inherent gevolg dat de (afrekenings)systematiek van de WVA zou impliceren dat de beboetingsmogelijkheid van art. 28 WVA door de verplichte afrekeningsaangifte (steeds) wordt uitgeschakeld.

De afrekeningsaangifte ex art. 22, lid 1, WVA kan derhalve niet een te honoreren vrijwillige verbetering van de in art. 28 WVA zelfstandig omschreven - met boete bedreigde - gedragingen opleveren.

Het middel slaagt derhalve.

Conclusie: het beroep is gegrond.

Verwijzing moet volgen voor beoordeling of het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat het totaal der S&O-verminderingen het bedrag van de S&O-vermindering met twintig percent of meer overschrijdt.

1 13 oktober 2005, nr. 03/0805.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.