Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:AU9527

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-03-2007
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
517
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:AU9527
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2004:AR4034, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verstrekking kerstpakketten door personeelsvereniging, loon uit dienstbetrekking?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2007, 162
BNB 2007/168 met annotatie van P. KAVELAARS
Belastingadvies 2007/8.12
V-N 2007/16.10 met annotatie van Redactie
FutD 2007-0545 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 517

23 maart 2007

TRP

gewezen op het beroep in cassatie van X1 B.V. te Z, X2 B.V. te Z, X3 B.V. te Z, X4 B.V. te Z, X5 B.V. te Z en X6 B.V. te Q (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 september 2004, nrs. 02/6175 CSV, 02/6177 CSV, 02/6178 CSV, 02/6179 CSV, 02/6181 CSV, en 02/6182 CSV, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak van de Rechtbank te Roermond van 28 oktober 2002 betreffende na te melden beschikkingen van Gak Nederland B.V. (hierna: het Gak) ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: CSV).

1. Beschikking, bezwaar en geding voor de Rechtbank

Bij brief van 27 november 2001 heeft het Gak aan belanghebbenden medegedeeld dat de economische waarde van de door de Personeelsvereniging X3 aan de werknemers van belanghebbenden verstrekte kerstpakketten geheel wordt meegenomen in de beoordeling van de toepassing van de feestdagenregeling.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), rechtsopvolger van het Gak, heeft het hiertegen gemaakte bezwaar bij afzonderlijke beslissingen van 21 maart 2002 ongegrond verklaard.

Tegen de beslissingen op de bezwaren hebben belanghebbenden beroep ingesteld bij de Rechtbank te Roermond.

De Rechtbank heeft de zaken ter behandeling gevoegd en bij uitspraak van 28 oktober 2002 de beroepen tegen die beslissingen ongegrond verklaard.

2. Geding voor de Centrale Raad

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.

De Centrale Raad heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.

3. Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 1 december 2005 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

Partijen hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd.

4. Beoordeling van de middelen

4.1.1. De Centrale Raad is in zijn uitspraak uitgegaan van onder meer de navolgende door de Rechtbank vastgestelde feiten.

Belanghebbenden maken allen deel uit van één concern. Ten behoeve van de werknemers van het concern functioneert een personeelsvereniging, die zich krachtens haar statuten ten doel stelt de onderlinge verstandhouding te bevorderen en ontspanning en amusement te bieden voor alle werknemers van het concern en voor hen van wie het dienstverband is beëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid, alsmede hun huisgenoten. De personeelsvereniging kent als leden ongeveer 1200 werknemers in actieve dienst en ongeveer 160 voormalige, (vervroegd) gepensioneerde werknemers. De middelen van de vereniging bestaan uit een ledenbijdrage van ƒ 36 per jaar en een vrijwillige bijdrage van belanghebbenden gezamenlijk van ƒ 150.000 per jaar; die vrijwillige bijdrage wordt door elk van belanghebbenden gedragen naar rato van het aantal leden van de personeelsvereniging dat bij elk van haar in dienst is (geweest). Belanghebbenden verstrekken jaarlijks een bedrag van ƒ 300 contant aan haar werknemers in het kader van de feestdagenregeling. Daarnaast verstrekt de personeelsvereniging jaarlijks een kerstpakket aan haar leden. In december 2000 heeft de personeelsvereniging aan haar leden een kerstpakket ter waarde van ƒ 89,12 verstrekt.

4.1.2. De Centrale Raad heeft geoordeeld:

- dat het genieten van het voordeel van het kerstpakket voortvloeit uit de dienstbetrekking,

- dat belanghebbenden niet in de onmogelijkheid verkeren om bekend te zijn met de verstrekking van de kerstpakketten en de waarde daarvan,

- dat een ieder binnen de ondernemingen van belanghebbenden op de hoogte is met het gegeven dat de personeelsvereniging kerstpakketten verstrekt,

- dat de verstrekking van het kerstpakket met een waarde als hiervoor is aangegeven niet mogelijk is zonder de financiële bijdrage van belanghebbenden, en

- dat in feite een belangrijk deel van deze bijdrage per werknemer wordt aangewend ("doorgegeven") voor de verstrekking van het kerstpakket.

4.2. Ingevolge artikel 18c, lid 1, CSV kan tegen uitspraken van de Centrale Raad slechts beroep in cassatie worden ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, vierde tot en met achtste lid, 4 tot en met 8 CSV, en de op die artikelen berustende bepalingen. Dit betekent dat in cassatie over (de motivering van) feitelijke oordelen van de Centrale Raad niet met vrucht kan worden geklaagd. Voorzover de middelen zodanige klachten bevatten, kunnen zij niet tot cassatie leiden.

4.3. De middelen falen ook voor het overige. Uitgaande van de hiervoor onder 4.1.1 en 4.1.2 vermelde feiten en feitelijke oordelen heeft de Centrale Raad met juistheid geoordeeld dat de onderhavige situatie op één lijn moet worden gesteld met het geval waarin een voordeel wordt verstrekt in opdracht en voor rekening van de werkgever, zodat in dit geval de waarde van een door de personeelsvereniging aan een werknemer van een der belanghebbenden verstrekt kerstpakket behoort tot het loon in de zin van artikel 4, lid 1, CSV.

5. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.A. Streefkerk, C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2007.