Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ3877

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2006
Datum publicatie
08-12-2006
Zaaknummer
43260
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aanslagbiljet met vertraging ontvangen in het buitenland? Verschoonbare termijnoverschrijding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2007/110
V-N 2006/63.9 met annotatie van Redactie
FutD 2006-2247
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 43.260

8 december 2006

HdJ

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (Italië) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 april 2006, nr. 04/01938, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland van € 3.730. Na daartegen gemaakt bezwaar, is bij uitspraak van de Inspecteur het bezwaar tegen de aanslag niet-ontvankelijk verklaard.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Voor het Hof was in geschil of belanghebbende door de Inspecteur terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar tegen de aanslag.

Het Hof heeft vastgesteld dat het aanslagbiljet is gedagtekend 15 mei 2004 en dat belanghebbende bezwaar heeft gemaakt bij brief van 17 juli 2004, ingekomen op 20 juli 2004, derhalve buiten de wettelijke termijn van zes weken.

Het Hof heeft voorts geoordeeld dat hetgeen belanghebbende aanvoert niet kan dienen om de verschoonbaarheid van het verzuim via artikel 6:11 Algemene wet bestuursrecht binnen zijn bereik te brengen, zodat de Inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het middel komt tegen dit oordeel op.

3.2. Het middel is gegrond. Belanghebbende heeft in zijn motivering van het beroepschrift voor het Hof aangevoerd dat hij "de aanslag pas eind juni 2004 heeft ontvangen". Hoewel deze stelling, indien juist, van belang kan zijn bij de beoordeling of redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest, is het Hof in zijn uitspraak niet op deze stelling ingegaan. Aldus is 's Hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.3. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 105.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2006.