Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ2722

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2006
Datum publicatie
08-12-2006
Zaaknummer
C05/287HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ2722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid notaris. Geschil tussen verpachter van bouwgrond die hij na opzegging van de pachtovereenkomst gedeeltelijk aan een gemeente had verkocht, en de transporterend notaris over diens aansprakelijkheid voor het terugbetalen aan de gemeente van een in depot gegeven gedeelte van de koopprijs voordat in een door de pachter geëntameerde procedure over de rechtsgeldigheid van de opzegging vaststond of de verkochte grond onverpacht was geleverd (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 781
RvdW 2006, 1149
NJB 2007, 23
JWB 2006/428
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/287HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 22 januari 2002 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en de Gemeente Heerhugowaard - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en gevorderd [verweerder] en de Gemeente hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 45.191,74, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van depotstelling tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] en de Gemeente hebben, ieder voor zich, de vordering bestreden.

Na een tussenvonnis van 26 september 2002, heeft de rechtbank bij vonnis van 8 oktober 2003

(i) de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte waarbij [eiser] verklaart of hij via het entameren van een procedure bij de pachtkamer van de rechtbank een verklaring voor recht wenst te verkrijgen,

(ii) iedere verdere beslissing met betrekking tot de vordering jegens de Gemeente aangehouden,

(iii) de vordering jegens [verweerder] afgewezen.

Tegen het vonnis van 8 oktober 2003, voorzover gewezen tussen hem en [verweerder], heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 7 juli 2005 heeft het hof, in het principale beroep, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.426,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.