Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ1670

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
19-12-2006
Zaaknummer
00925/06 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ1670
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beroep van X tegen een n.a.v. een Belgisch rechtshulpverzoek gegeven beschikking tot het verlenen van het verlof als bedoeld in art. 552p.2 Sv. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen alleen cassatie open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als i.c. cassatie openstaat voor anderen dan het OM en de klager, kan X in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. De rb heeft immers kennelijk – en niet onbegrijpelijk – de brief van de raadsman van X van 31-10-05, waarin hij de rb verzoekt in de gelegenheid te worden gesteld om bij de behandeling van het verzoek tot het verlenen van verlof “namens de familie Y (...) hun standpunt als belanghebbende” toe te lichten, niet opgevat als een klaagschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 825
NJ 2007, 26
RvdW 2007, 48
NJB 2007, 173
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 december 2006

Strafkamer

nr. 00925/06 B

SG/CAW

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 28 december 2005, nummer RK 05/1027, tot verlening van het verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, ingesteld door:

[betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft aan de Officier van Justitie verlof verleend om het in de beschikking omschreven celmateriaal ter beschikking te stellen van de Belgische justitiële autoriteiten onder het voorbehoud dat bij de afgifte wordt bedongen dat van voormeld celmateriaal het (restant)celmateriaal na gebruik wordt teruggezonden, zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door [betrokkene 1]. Namens deze heeft mr. A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat te Ede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd primair dat de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk zal verklaren en subsidiair het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. Het onderhavige beroep is gericht tegen een naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek gegeven beschikking tot het verlenen van het verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv.

3.2. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.

Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat voor anderen dan het openbaar ministerie en de klager, kan [betrokkene 1] in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. De Rechtbank heeft immers kennelijk - en niet onbegrijpelijk - de brief van de raadsman van [betrokkene 1] van 31 oktober 2005, waarin hij de Rechtbank verzoekt in de gelegenheid te worden gesteld om bij de behandeling van het verzoek tot het verlenen van verlof "namens de familie [...] (...) hun standpunt als belanghebbende" toe te lichten, niet opgevat als een klaagschrift.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart [betrokkene 1] niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2006.