Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ1494

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
C05/300HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ1494
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verkeersaansprakelijkheid. Geschil tussen automobilist en WAM-verzekeraar van bestuurder van bij hun verkeersongeval betrokken auto over vergoeding van de door haar geleden (im)materiële schade waaronder verlies van arbeidsvermogen en gederfde levensvreugd (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 847
RvdW 2007, 44
NJB 2007, 165
JWB 2006/447
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/300HR

RM/MK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,

t e g e n

AXA SCHADE N.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat:mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 30 juni 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: AXA - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage. Na wijziging van eis heeft [eiseres] gevorderd AXA te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van ƒ 125.687,48, en voorts tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alsmede tot het afgeven van een belastinggarantie, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.

AXA heeft de vordering bestreden.

Na tussenvonnissen van 23 december 1998 en 22 december 1999 en een comparitie van partijen, heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 29 maart 2000 een deskundigenonderzoek bevolen, drs. S. Knepper (verzekeringsgeneeskundige) en J.A.J. Wouters (arbeidsdeskundige) tot deskundigen benoemd, en door de deskundigen te beantwoorden vragen geformuleerd. Na deskundigenbericht heeft de rechtbank bij eindvonnis van 15 januari 2003:

- AXA veroordeeld aan [eiseres] een bedrag van € 7.397,07 te voldoen wegens vergoeding van inkomensschade over de jaren 1992 tot medio 1997, vermeerderd met de wettelijke rente als onder rov. 3.20 van het eindvonnis vermeld;

- AXA veroordeeld aan [eiseres] een bedrag van € 629,88 te voldoen wegens vergoeding van overige kosten, buitengerechtelijke kosten en immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; en

- [eiseres] veroordeeld aan AXA een bedrag van € 2.367,98 te voldoen wegens vergoeding van deskundigenkosten.

Tegen de drie tussenvonnissen en het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 12 juli 2005 heeft het hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenvonnissen van 22 december 1999 en 29 maart 2000 en de bestreden vonnissen van 23 december 1998 en 15 januari 2003 bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

AXA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AXA begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.