Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ1489

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
C05/275HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ1489
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Geschil tussen advocaat en voormalig cliënt in een strafzaak waarin deze is vrijgesproken over aansprakelijkheid voor de door de cliënt geleden schade als gevolg van het niet tijdig terugsturen van de toevoeging aan de Raad voor de Rechtsbijstand waardoor het verzoek tot vergoeding ex art. 591a Sv van advocaatkosten is afgewezen (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Strafvordering 591a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 845
RvdW 2007, 43
NJB 2007, 164
O&A 2007, 37
JWB 2006/456
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/275HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. B.D.W. Martens.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de cliënt - heeft bij exploot van 9 februari 2004 eiser tot cassatie - verder te noemen: de raadsman - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd de raadsman te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 14.957,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2000 tot aan de dag der algehele voldoening.

De raadsman heeft de vordering bestreden.

Bij tussenvonnis van 14 april 2004 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast, welke comparitie op 9 juli 2004 heeft plaatsgevonden. Hierna heeft de rechtbank bij eindvonnis van 18 augustus 2004 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de cliënt hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 21 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van de cliënt alsnog toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de raadsman beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De cliënt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de raadsman in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de cliënt begroot op € 521,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.