Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AZ1082

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-12-2006
Datum publicatie
01-12-2006
Zaaknummer
C05/213HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ1082
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Geschil tussen oud-partners in een advocatenmaatschap over de afwikkeling van hun beëindigde samenwerking; partiële ontbinding van vaststellingsovereenkomst (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 756
RvdW 2006, 1141
NJB 2007, 12
JWB 2006/417
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/213HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 17 november 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, na wijziging van eis, primair [verweerster] te veroordelen om aan hem te betalen een bedrag van ƒ 122.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. [Eiser] heeft voorts aanvullend een verklaring voor recht gevorderd dat hij correct de gedeeltelijke buitengerechtelijke ontbinding van het door hem prijsgegeven deel van de oorspronkelijke overeenkomst tussen partijen heeft ingeroepen. Subsidiair heeft hij de ontbinding gevorderd van de volgens hem op 9 oktober 2000 gesloten overeenkomst wegens niet-nakoming door [verweerster], met veroordeling van [verweerster] tot betaling aan hem van de oorspronkelijk overeengekomen afkoopsom van ƒ 122.500,--.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 april 2001 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 12 juni 2002 heeft de rechtbank de vorderingen afgewezen en [eiser] in de kosten van de procedure veroordeeld.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 30 november 2004 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en [eiser] in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 december 2006.