Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9985

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-10-2006
Datum publicatie
13-10-2006
Zaaknummer
42602
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2005:AU3185
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Goed koopmansgebruik, uitstel van winstneming bij kans op terugkoop?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2006, 1593 met annotatie van De Vries
FutD 2006-1855
BNB 2007/10
FED 2006/118
Belastingadvies 2006/21.5
V-N 2006/53.15

Uitspraak

Nr. 42.602

13 oktober 2006

RvS

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 5 augustus 2005, nr. 02/00154, betreffende na te melden aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 615.254, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en het verlies over het jaar 1997 vastgesteld op ƒ 49.159. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Voor het Hof was primair in geschil of belanghebbende op grond van goed koopmansgebruik verplicht is ter zake van de verkoop van een project in het gebied U te T (hierna: het project) in het onderhavige jaar winst te nemen.

3.2. Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord en daartoe, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 1952, B. 9207, redengevend geoordeeld dat de verkoop heeft plaatsgevonden onder zodanige voorwaarden dat - zelfs al zou er een redelijke kans bestaan dat de koper zich niet zal beroepen op de voorwaarden op grond waarvan deze het recht heeft het project terug over te dragen voor dezelfde prijs als waarvoor deze het project heeft verworven - goed koopmansgebruik toelaat de bij de verkoop behaalde winst nog niet in het onderhavige jaar per ultimo waarvan die voorwaarden nog niet zijn uitgewerkt, in aanmerking te nemen.

3.3. Het middel, dat zich tegen dit oordeel keert, treft doel. In het zo-even genoemde arrest oordeelde de Hoge Raad aangaande een onder opschortende voorwaarden gesloten koopovereenkomst. Van een onder opschortende voorwaarden gesloten overeenkomst is in het onderhavige geval evenwel geen sprake. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat het project op 13 februari 1997 onvoorwaardelijk aan de koper is geleverd en dat de koper als gevolg daarvan onvoorwaardelijk eigenaar van het project is geworden. Mitsdien kan evengenoemd arrest niet bepalend zijn voor de beantwoording van de vraag op welk tijdstip winstneming moet geschieden.

3.4. In het algemeen moet worden aangenomen dat de opbrengst van een in het kader van een onderneming verrichte levering of een dienst naar goed koopmansgebruik tot uitdrukking dient te worden gebracht uiterlijk op het moment waarop de levering of de dienst ten uitvoer is gebracht (HR 18 december 1991, nr. 26674, BNB 1992/181). Van deze regel kan echter worden afgeweken indien aan de ontvangen tegenprestatie onzekerheden zijn verbonden van zodanige aard, dat uitstel van winstneming in overeenstemming is met de voorzichtigheid die aan de winstbepaling volgens goed koopmansgebruik inherent is (vgl. HR 17 januari 1990, nr. 24948, BNB 1990/75). In een geval als het onderhavige is daarvan sprake indien er per ultimo van het (boek)jaar een redelijke kans is dat de koper zich met succes zal gaan beroepen op zijn recht het project terug over te dragen.

3.5. Gelet op het hiervoor overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en

verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren

F.W.G.M. van Brunschot, P.J. van Amersfoort, C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2006.

Nr. 42.602