Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2006:AY9686

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-12-2006
Datum publicatie
08-12-2006
Zaaknummer
C05/295HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9686
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Huur. Geschil tussen gegadigden voor activa van een gefailleerde onderneming over de vraag of tussen hen een bindende huurovereenkomst met betrekking een daartoe behorend bedrijfsterrein is tot stand gekomen, dan wel onderhandelingen daartoe onrechtmatig zijn afgebroken (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 782
RvdW 2006, 1150
NJB 2007, 24
JWB 2006/424
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 december 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/295HR

RM/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

1. KABOS B.V.,

2. [Verweerster 2],

beide gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. E. Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 2 mei 2001 verweersters in cassatie - verder te noemen: K&B - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en gevorderd

primair

- te ontbinden, althans ontbonden te verklaren de huurovereenkomst van 11 december 2000 met betrekking tot de de loodsen Hartel en Blankenburg en bijbehorende terreinen;

subsidiair

- voor recht te verklaren dan K&B jegens [eiseres] onrechtmatig hebben gehandeld door afbrekeing van de met [eiseres] gevoerde onderhandelingen met betrekking tot de huur van de loodsen;

primair en subsidiair:

K&B te veroordelen:

- aan [eiseres] te betalen alle schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- tot betaling van de wettelijke rente over het nader op te maken bedrag ter zake van schadevergoeding vanaf 1 januari 2001 tot aan de dag der algehele voldoening.

K&B hebben de vordering bestreden.

Bij vonnis van 29 oktober 2003 heeft de rechtbank de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 30 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

K&B hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van K&B begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.